Waarom niet alle rokers longkanker krijgen


roken

Van alle mensen met longkanker, heeft 60 tot 90 procent flink gerookt. Maar niet alle rokers krijgen longkanker. Hoe kan dat? Het is een raadsel dat kankeronderzoekers al tijden bezighoudt. Nieuw onderzoek van het Albert Einstein College of Medicine in New York toont aan dat het een kwestie is van genetisch geluk hebben.

Ze onderzochten de longen van rokers en niet-rokers en zagen dat de genetische opbouw van de longen in de loop der tijd bij iedereen verandert. Alleen gaat die verandering bij rokers veel sneller en heftiger dan bij niet-rokers. Dergelijke veranderde cellen kunnen de basis vormen van een tumor. Hoe sneller de verandering, hoe groter de kans dat een tumor zich ontwikkelt.

Alleen zagen de onderzoekers dat na 23 jaar flink roken het tempo van mutaties bij sommige rokers afneemt en daarmee hun risico op kanker. Er was al bekend dat sommige mensen genen in zich dragen die DNA kunnen repareren. Hebben deze rokers misschien geluk en dragen ze die cellen in zich?

Verder onderzoek moet precies aantonen welke genen deze mensen in zich dragen die zorgen dat hun longen geen kanker ontwikkelen. Is het een bepaalde combinatie van genen, of is eentje genoeg? En moet je als roker wel het risico nemen dat je die genen niet in je draagt?