Oekraïne: Poetins wiskunde klopt niet


Wie oorlog wil voeren moet rekenen. Met aantallen manschappen, lengte van aanvoerlijnen en tanks per vierkante kilometer. De Russische president Poetin lijkt zijn wiskunde slecht te beheersen. Voertuigen van de Russen staan verlaten langs de kant van de weg, de brandstof is op. Maar zijn grotere probleem is de omvang van Oekraïne, wat de Russische propaganda ook zegt.

Er zijn rond de 150.000 Russische soldaten in Oekraïne, een land met een bevolking van 44 miljoen. Dat betekent een zogenoemde strijdkrachtratio van 3,4 soldaten per 1.000 mensen. Het is heel moeilijk om met een dergelijke geringe hoeveelheid soldaten grondgebied in te nemen, heeft het Center for Strategic and International Studies in het Amerikaanse Washington berekend.

De geallieerde troepen die in 1945 Duitsland bezetten hadden bijvoorbeeld 89,3 manschappen op 1.000 inwoners; de NAVO-troepen in Bosnië in 1995: 17,5 manschappen op 1.000 inwoners en de internationale troepen in Oost-Timor in 2000, 9,8 op 1.000.

Op grond van historische cijfers is de Amerikaanse Rand denktank in 2003 op een soort ‘gouden standaard’ voor een succesvolle bezetting gekomen. Je hebt ongeveer twintig soldaten per 1.000 inwoners nodig. Daarom was de bezetting van Irak in 2003 ook zo ingewikkeld. Er waren waren maar 6,1 soldaten op 1.000 Irakezen. Nog altijd bijna het dubbele van wat Poetin nu probeert in te zetten in Oekraïne.

Met de huidige troepen hebben de Russen misschien niet eens genoeg om de vier grootste steden van het land te bezetten. Daarnaast zullen ze ordetroepen en bestuurders moeten sturen, willen ze het land onder controle brengen.