Meer is beter: waarom we slechte probleemoplossers zijn


Kijk eens naar het plaatje hierboven. Het gaat om een gebouwtje van Lego, waarvan het dak er wiebelig op zit. Slechts één steentje ondersteunt de dakplaat. Jouw opdracht: maak het dak steviger, op welke manier je wilt. Je kunt steentjes van plaats wisselen, extra steentjes toevoegen of steentjes wegnemen. Iedere verandering kost 10 cent per blokje, maar je hebt voldoende budget gekregen.

Bijna tweehonderd proefpersonen die meededen aan een experiment van de University of Virginia in de VS kregen exact dit probleem voorgeschoteld. De oplossing is – de oplettende lezer heeft dat natuurlijk allang gezien – om het ene blokje dat het dak ondersteunt te verwijderen.

Toch koos slechts 41 procent van de proefpersonen voor die oplossing. De rest ging bouwen met extra blokjes, om ook op de andere hoeken extra blokjes te plaatsen. Dat kostte natuurlijk meer budget, maar dat bracht een meerderheid van de mensen niet op het idee om een goedkopere en makkelijke oplossing te kiezen.

In een variant van het experiment was het plaatsen van extra blokjes nog altijd tien cent per stuk, terwijl weghalen gratis was. Daarbij ging het aantal mensen dat voor de makkelijkste oplossing ging omhoog, naar 61 procent. Nog altijd plaatste een derde dus dure extra blokjes.

Met het onderzoek, gepubliceerd in Nature, tonen de wetenschappers een vreemd menselijk trekje aan. Meer is beter, denken we. Ze zagen het op allerlei plekken terug. In organisaties voegen nieuwe managers vaak regels toe, in plaats van niet-werkende regels te schrappen. Ook bij Corona komen er steeds meer regels bij, terwijl schrappen wellicht veel slimmer is.