ECDC: nu handelen op Apenpokken


Het Europees Centrum voor ziektepreventie (ECDC) beveelt de landen van de EU zich te richten op de snelle identificatie en behandeling van Apenpokken. De landen moeten ook hun mechanismen voor de tracering van contacten en de diagnosecapaciteit voor dit virus op orde hebben en de beschikbaarheid van pokkenvaccins, antivirale middelen en persoonlijke beschermingsmiddelen voor gezondheidswerkers opnieuw bekijken.

Tussen 15 en 23 mei zijn in totaal 85 gevallen van in de EU opgelopen Apenpokken gemeld in België, Frankrijk, Duitsland, Italië, Nederland, Portugal, Spanje en Zweden. Deze waren hoofdzakelijk bij mannen die seks hebben met mannen, wat erop wijst dat de overdracht plaatsvindt tijdens intieme relaties. Overdracht kan plaatsvinden door nauw contact van slijmvliezen of beschadigde huid met infectieus materiaal van de huidpokken, of via grote ademhalingsdruppels tijdens langdurig contact.

Het virus kan ernstige ziekte veroorzaken bij bepaalde bevolkingsgroepen, zoals jonge kinderen, zwangere vrouwen en personen met immunosuppressie. Verder onderzoek is nodig om het ziekte- en sterftecijfer bij deze uitbraak nauwkeurig in te schatten.

Als het virus van mens op dier wordt overgedragen en zich daar verspreidt, bestaat het risico dat de ziekte in Europa endemisch wordt. Daarom is een nauwe samenwerking tussen de volksgezondheidsautoriteiten op humaan en veterinair gebied nodig, zegt de ECDC in een verklaring, om vooral blootgestelde huisdieren te behandelen en te voorkomen dat de ziekte op wilde dieren wordt overgedragen.