De Spaanse Griep waart nog altijd rond

Het was een pandemie waarbij vergeleken Corona een lachertje was. De Spaanse Griep veroorzaakte in 1918 en 1919 tussen de 50 en 100 miljoen doden, vooral jonge mensen. Een derde van de wereldbevolking kreeg het. Toen verdween de ziekte even snel als zij gekomen was. Of toch niet? Duits onderzoek levert een opmerkelijke conclusie op.

Het Robert Koch Institut in Berlijn, vergelijkbaar met het Nederlandse RIVM, heeft geconserveerde longen van mensen die aan de Spaanse Griep overleden, vergeleken met de longen van mensen die nu de griep krijgen. Wat blijkt? Varianten van het virus dat een pandemie veroorzaakte gaan nog altijd rond en beïnvloeden nog steeds onze levensverwachting.

De Duitsers maakten een sequentie van het DNA van het virus uit de oude longen. Daardoor zagen ze ook waardoor de Spaanse Griep ineens zo hard toesloeg, het bevatte een eiwit dat zorgde dat het virus zich in longen van patiënten razendsnel kon vermeerderen. Ook zagen ze dat het virus in vogels rondging, voor het mensen begon aan te steken.

Maar het meest opmerkelijk is toch wel dat we de Spaanse Griep nog steeds krijgen. Het virus heeft zich alleen gemuteerd naar een minder ernstige vorm, schrijven de onderzoekers in Nature Communications. De ziekte slaat nog vooral in het najaar en winter toe in gematigde klimaatzones als Europa. Het kan dus zijn dat Corona ook nog een eeuw onder ons is, maar dan in een onschuldige vorm.