Nieuws

We leven in een ijstijd



Oké, het is vandaag toevallig
een beetje aan het dooien. Maar de afgelopen weken waren echt ijskoud. Dat is
opmerkelijk in een tijd dat de aarde volgens veel klimatologen juist zou moeten opwarmen. Is er een
verklaring voor de huidige kou? Dat ligt er maar net aan wie je vraagt. Sommige
wetenschappers zien zonnevlekken als grote schuldigen, plekken op de zon waar
intens magnetisme de zonnestralen tegenhoudt. Maar er is een veel eenvoudiger
antwoord: natuurlijk is het koud, we leven in een ijstijd.


Officieel is een ijstijd
een periode wanneer er ijs op de poolkappen ligt. Dat is al 2.500.000 jaar het
geval en zal waarschijnlijk nog wel zo’n 50.000 jaar zo blijven. De aarde
heeft, inclusief deze, vier ijstijden gekend. Als het geen ijstijd is, valt er alleen in de
winter sneeuw op de polen.

 

Binnen ijstijden zijn er
grote verschillen in temperatuur. Je hebt grote ijstijden, als de ijzige poolkappen
tot bijvoorbeeld noordelijk Europa opschuiven, en kleine ijstijden, als de
winters superkoud zijn, maar je gewoon in noordelijk Europa kunt wonen. Momenteel
zitten we in een interglaciale periode, met milde winters en een ijskap op de
polen die zich terugtrekt.

 

De laatste kleine ijstijd
was van 1500 tot 1800. Hollandse meesters schilderden vaak ijspret omdat het in
deze eeuwen bijna elke winter vroor dat het kraakte. Eskimo’s konden door de
grote ijsmassa op de pool veel verder reizen dan normaal en bereikten zelfs de
Britse eilanden per kajak.

 

In de periode daarvoor, van
1000 tot 1500 beleefde de wereld juist een warmere periode, hoewel het nog
steeds gewoon een ijstijd was. Zo warm, dat de Rijn bij Keulen in de zomer niet
meer was dan een zielig stroompje. Een mens kon de rivier per paard doorwaden.

 

Hoe de ijstijden ontstaan,
hoe lang ze duren en wat bepaalt hoe koud ze zijn, is nog steeds een grote
vraag. De meest gangbare theorie is dat het veel te maken heeft met de hoek van
de aarde ten opzichte van de zon. Hoe schever de aarde staat, hoe kouder het
is.

 

Wat we wél weten is dat
kou verrassend regelmatig is. Kleine en grote ijstijden wisselen elkaar elke
paar eeuwen af.

 

Zelfs strenge winters,
zoals deze, hebben een regelmaat: ongeveer iedere elf jaar. Je hoeft maar naar
de Elfstedentochten te kijken om de elfjaarskadans te zien: 63, 74 (bijna),
85-86, 97 en 2009 (?). Volgens sommige wetenschappers loopt dat samen met
periodes waarin er veel zonnevlekken te zien zijn.