Nieuws

Nederlandse files zijn voor watjes



De files zijn 14 procent
korter dan vorig jaar januari, zo meldt de ANWB. Nee, het is waarschijnlijk
niet de economische tegenwind, maar het winterse weer. We namen vaker vrij om
te schaatsen en dankzij vorstverlet waren er minder bouwvakkers onderweg. Maar waarom
ontstaan files eigenlijk?

Doodsangst is het meest simpele antwoord. Een rijstrook op de snelweg heeft gemiddeld een capaciteit van 40 auto’s per minuut. Maar bij 25 auto’s per minuut wordt het zo druk, dat mensen zenuwachtig worden en langzamer gaan rijden. Is er dan iets waar mensen van schrikken, een onoverzichtelijke bocht, een paar extra auto’s die de weg op komen, dan remt het verkeer af.

De eerste auto remt een beetje, de tweede iets meer, de derde staat vol op zijn pedaal en de vierde komt helemaal tot stilstand. Voilà, een file is geboren. Het verkeer gedraagt zich als een trekharmonica en gaat netjes in de rij staan. De golf van stilstand die zo achterwaarts ontstaat, kan bij een groot aanbod van verkeer binnen minuten kilometers lang zijn.

Kan Rijkswaterstaat daar wat aan doen? Meer asfalt neerleggen is de simpelste oplossing, dat gebeurt momenteel op de A2. Onoverzichtelijke bochten en viaducten opruimen is een andere optie. En natuurlijk het doseren van verkeer op opritten.

Een paar jaar geleden is er bovendien geëxperimenteerd met temporiseren. Rond filetijd gingen enkele auto’s van Rijkswaterstaat naast elkaar rijden over alle rijstroken en lieten langzaam hun gas los. De gedachte was dat als verkeer langzamer zou rijden, de capaciteit van de weg enorm omhoog zou gaan.

Dat is niet onlogisch, de rechterbaan van de snelweg is bij files niet zelden de snelste, omdat daar vrachtwagens rijden. Zij temporiseren van nature. Het experiment met gedwongen temporisatie mislukte echter, waarschijnlijk omdat mensen zich achter de temporiseerauto zaten op te vreten.

Files zullen er altijd wel zijn in de Randstad. Met 1200 mensen per vierkante kilometer is het gewoon erg druk. De eerste Nederlandse file was dan al in 1955 op knooppunt Oudenrijn.

Maar in vergelijking met het buitenland zijn de Nederlandse files voor watjes. Ga maar eens in Los Angeles rijden rond spitsuur. Ondanks snelwegen met tien banen iedere kant op, sta je daar 2 uur in de file om van de ene kant van de stad naar de andere te komen. Moskou wordt ook vaak genoemd als filehel.

Maar de absolute top (of dal?) is Sao Paulo in Brazilië. De stad heeft een zeer krakkemikkig openbaar vervoersysteem en slechte wegen. Gemiddeld staat er 200 kilometer file per dag in de stad.

Niet verwonderlijk in een stad met 6 miljoen auto’s en 32.000 taxi’s. Iedere dag komen er 800 auto’s bij in Sao Paulo. Sinds 2000 is het aantal auto’s verdubbeld. Wie het kan betalen, vliegt in Sao Paulo met de helikopter. Alleen in New York zijn meer helikopters per inwoner.

Het record voor de langste file ooit staat overigens op naam van de snelweg Parijs-Lyon, waar in februari 1980 een file van 176 kilometer stond.