Nieuws

Pyromaan vindt brand lekker


Veendam brandt. De bevolking is vertwijfeld. Een gebouw in de fik steken, wie doet dat nou?

Je hebt ruwweg twee soorten brandstichters: zij die het doen voor geldelijk gewin of politieke motieven en de afdeling geestelijk niet helemaal lekker. Die laatste groep, verantwoordelijk voor ongeveer de helft van alle brandstichtingen, heeft vaak last van psychoses, alcohol- en drugsgebruik, gedragsproblemen of een zeer laag IQ.

De persoon die in Veendam actief is, zit waarschijnlijk in de categorie mentaal verward.

Pyromaan: niet nadenken, lekker de fik er in.

Pyromaan: niet nadenken, lekker de fik er in.

Binnen de geestelijk gestoorde brandstichters vormen de pyromanen een bijzondere, maar zeer kleine subcategorie. Dat zijn mensen met een vuur-fetish, die een gevoel van euforie of zelfs seksuele opwinding krijgen als ze een goede fik starten.

Zij zijn de meest gevreesde brandstichters, omdat ze vaak achter elkaar branden aansteken en zich zelden interesseren voor het leed dat ze de slachtoffers aandoen. Tussen de 1 en 3 procent van alle branden wordt door pyromanen aangestoken.

De beroemdste pyromaan in de recente geschiedenis is Paul Keller, die in 1992 niet minder dan 76 branden aanstak in en rond Seattle. Daarbij vielen drie doden. Hij zit een levenslange gevangenisstraf uit, over zijn leven werd in 1995 een film gemaakt: Not Our Son.

Forensisch psycholoog Ernst Ameling zei vorig jaar in dagblad De Pers dat 10 procent van de pyromanen betrokken is bij de brandweer. Het lijkt ook logisch: de brandweerman steekt een gebouw in de fik en kan daarna als held het vuur blussen.

Toch vinden veel experts dit een broodje aap. De roemruchte FBI profilers, de mensen die misdadigers psychisch de maat nemen, concludeerden een paar jaar geleden al dat pyromanie onder brandweermannen niet vaker voorkomt dat onder accountants of barkeepers.