Nieuws

Bloedspatten ontrafeld


We kennen het uit de serie CSI: een forensisch onderzoeker kijkt eventjes naar een paar bloedspatten en weet precies hoe een moord is gepleegd.

Helaas, zo makkelijk is het niet in werkelijkheid. Precies bepalen waar, wanneer en met hoeveel kracht een slachtoffer is geraakt aan de hand van bloedspatten op een plaats delict is nog lang niet makkelijk. Tot voor kort was het simpelweg niet mogelijk om een driedimensionaal beeld te krijgen van de baan die bloedspatten hebben afgelegd en de bijbehorende plaats van impact. Op de afbeelding zie je waarom.

Bloedspatten raken onder een bepaalde hoek de grond en vormen ellipsen. De vorm van deze ellipsen geeft een indicatie over de herkomstlocatie van de bloedspat. Aan de hand van het punt in de ellips waar de halve lange assen elkaar kruisen, bepaal je de locatie van de verticale as van de bron.

Zodra je naast de richting ook de hoogte van de bron wilt afleiden, ontstaat er echter een probleem. De eigenschappen van de ellips geven een aanwijzing over de van hoek van inval. Maar als je deze herleidt naar de verticale as dan blijken er al gauw meerdere hoogtes van de bron mogelijk. Om de daadwerkelijke hoogte te bepalen hebben forensisch onderzoekers tot nu toe ook altijd moeten vertrouwen op andere aanwijzingen.

Christopher Varney en Fred Gittes van de Washington State University hebben dit probleem opgelost met behulp van elementaire wiskunde. Een simpele trigonometrische berekening blijkt genoeg om de driedimensionale baan van bloedspatten te achterhalen en zo de plaats van impact te bepalen. Ten eerste hebben ze een simpele afgeleide bepaald die de hoogte en de hoek van de bloedspat linkt aan de horizontale afstand van de vlucht en de hoek van impact.

Op televisie is het allemaal wat makkelijker...

Verder ontdekten ze dat de hoogte van waaruit een enkele bloedspat gelanceerd wordt kan niet eenduidig kan worden vastgesteld. Dat kan wel kan met meerdere bloedspatten die zijn vrijkomen uit dezelfde hoek en hoogte, maar met een verschillende snelheden. In dat geval zou het plotten van de vergelijking tussen de hoek van impact en horizontale vluchtafstanden van alle druppels een rechte lijn moeten opleveren. En nu komt het: De techniek werkt alleen als alle druppels gelanceerd worden onder dezelfde hoek. Als de hoek verschilt, dan faalt deze techniek. In dat geval ontstaat een scatter plot of strooidiagram in plaats van een rechte lijn. Door het strooidiagram aan te merken als nul-resultaat wordt een verkeerde hoogtemeting te voorkomen.