Nieuws

Moderne mens blijkt stokoud


Sluit je ogen en denk aan een grotbewonende oermens. Tien tegen een dat je een fors iemand ziet met woest haar en een bonkig gezicht. Pienter kijkt hij of zij al helemaal niet. Fout!

De gangbare visie op Steentijd-mensen die tussen driehonderdduizend en vijftigduizend jaar geleden leefden kan volgens nieuwe antropologische inzichten in de prullenbak.
John Shea, hoogleraar antropologie aan de Universiteit van Stony Brook in de V.S., breekt intussen een lans voor de nieuwe visie.

Moderne oermens (still uit GEICO-reclame, VS)

Volgens Shea is het beeld van vroege menssoorten veel te lang beinvloed door typisch menselijk vooruitgangsdenken: oude modellen worden opgevolgd door nieuwe, verbeterde modellen. Zo moest het ook gegaan zijn met de mens, concludeerden paleoantropologen aan het begin van de twintigste eeuw uit opgravingen in Europa.

Geen complex gedrag
De oudste mensachtigen, Neanderthalers (Homo neanderthalensis) leefden tot zo´n 50 duizend jaar geleden, in wat antropologen de vroege- en midden-Steentijd noemen. Neanderthalers kenmerken zich door hun zware bouw en massieve schedel. In de Late Steentijd (50.000 tot 12.000 jaar geleden) dook in Europa de ‘moderne mens’ Homo sapiens op, met de lichtere bouw en verfijnder schedelkenmerken zoals mensen die nu hebben.
Omdat in afzettingen uit de vroege- en midden-Steentijd alleen simpele stenen werktuigen werden ontdekt, en geen aanwijzingen voor uitgebreide doodsrituelen of andere cultuur, werd geconcludeerd dat Neanderthalers in elk geval geen ingewikkeld gedrag hadden.

Niet bijster snugger
Nee, dan de moderne mens. Daarvan werden de ingewikkeldste stenen werktuigen aangetroffen, en massa’s kunst en andere uitingen van cultuur. Kennelijk vond zo´n 50.000 jaar geleden een radicale omslag plaats. Van ‘primitieve’ naar zich modern gedragende mensen, en dat viel hoogstwaarschijnlijk samen met het verschijnen van de moderne mens en zijn nieuwe schedelvorm. Wij zijn slim, zij waren niet bijster snugger, kortom – en toeval of niet, zo zagen ze er met hun lompe bouw ook een beetje uit.

Het oude beeld van menselijke evolutie: in sprongen

Maar het recentere antropologische onderzoek schetst een heel ander beeld. Tussen Neandertalerbotten werden kraaltjes en verfresten gevonden. Hoezo geen ingewikkeld gedrag?

Nog verwarrender werd het toen onderzoekers, waaronder Shea zelf, in Afrika mensresten van net geen 200.000 jaar oud ontdekten, onmiskenbaar Homo sapiens maar met een laag ´primitief´ voorhoofd. En er lagen duidelijk moderne werktuigen bij. Soortgelijke vondsten in Israel en China bevestigden het beeld dat primitieve menssoorten helemaal niet zo primitief waren, laat staan dat complex menselijk gedrag pas begon met de moderne mens in Europa.

Geleidelijke evolutie
Ook een door de Britse antropoloog Grahame Clark bedachte indeling van stenen-werktuigen ‘technologie’ steunt de nieuwe theorieën. De indeling loopt van eenvoudige flinters van een steen afgeslagen (1), via voor speciale doelen bewerkte flinters (2) tot aan complexe pijlpunten opgebouwd uit meerdere kleine bewerkte steenflinters (5). In acht Afrikaanse vindplaatsen van menselijke resten tot bijna 300.000 jaar oud werden werktuigen van niveau’s 1 tot 4 gevonden. Op vier vindplaatsen vanaf 80.000 jaar oud doken pas de 5 werktuigen op.

De menselijke ontwikkeling is niet in sprongen gegaan van ´primitief´ naar ´modern´, maar geleidelijk, net zoals de rest van evolutie, betoogt Shea.
En inderdaad, kijk niet neer op de oermens.

Bronnen: Current Anthropology (feb 2011), American Scientist (apr-mei 2011); Beeld: Flickr.