Nieuws

Rechtvaardigheidsgevoel ingebouwd in brein


Ons brein hoeft niet lang na te denken wanneer iemand niet eerlijk wil delen. Een emotiecentrum reageert direct.

Mensen, maar ook apen, lijken een ´ingebakken´ gevoel voor rechtvaardigheid te hebben. De kleinste kleuters reageren al boos wanneer een ander kind consequent meer snoep krijgt. Capucijneraapjes die waren getraind om een steentje in te ruilen voor voedsel, stopten daar acuut mee wanneer een ander aapje voor de ruil in plaats van een stukje komkommer een veel lekkerdere druif kreeg. In sommige gevallen smeten ze zelfs boos de steentjes naar de onderzoekers die het voedsel gaven (lees over de beroemde studie hier).

In studies die de hersenactiviteit tijdens experimenten naar rechtvaardigheidsgevoel bij mensen en dieren in kaart moesten brengen, werd al activiteit gemeten in delen van de hersenschors. In dat deel van het brein speelt het ´denken´ zich af. Misschien wel afwegingen als ´pik ik dit nu, omdat ik later mijn deel toch wel krijg?´. Maar deze ´cognitieve´ processen kosten tijd.

De witte hond heeft het kleinste bot?!

Een slimme studie is nu gestuit op een veel directere ´emotionele´ reactie, en waar dat in het brein plaatsvindt. Neurologen van het Zweedse Karolinska Instituut in Stockholm werkten daarvoor samen met economen van een Zweedse economie-hogeschool en de universiteit van Londen.

De onderzoekers lieten proefpersonen het zogeheten ´ultimatumspel´ spelen. Volgens dit in het psychologie-onderzoek veelgebruikte spel verdeelt een ´gever´ een geldbedrag tussen zichzelf en een ´ontvanger´. De gever stelt voor hoeveel geld hij zelf houdt en hoeveel de ontvanger krijgt, waarop de ontvanger beslist of hij akkoord gaat. Is dat het geval, dan krijgen beide partijen hun gelddeel. Weigert de ontvanger, dan krijgen beiden niets. De gever is het beste af wanneer hij elke keer zoveel mogelijk voor zichzelf houdt. Voor de ontvanger is de economisch gezien beste lange-termijn strategie, om elk aanbod van de gever te accepteren. Toch gebeurt dat niet, blijkt uit talloze experimenten met het ultimatumspel. Biedt de gever minder dan 20% van het geldbedrag, dan volgt in grofweg de helft van de gevallen een weigering. Kennelijk speelt er ook een rechtvaardigheidsgevoel die sterker is dan het economisch motief.

In het Zweeds/Britse onderzoek keken proefpersonen naar een filmclipje waarin een gever zijn voorstel deed, waarna zij direct moesten aangeven of ze het voorstel accepteerden of niet. Tegelijk hiermee liep ook een MRI-hersenscan, waarmee is te zien hoe actieve hersencentra ´oplichten´. Na afloop gaven de proefpersonen een cijfer voor hoe onrechtvaardig zij de geldverdeling vonden.

Het slimme van de studie is dat sommige proefpersonen zonder het te weten een kalmeringsmiddel kreeg. Dat remde de activiteit van de amygdala, een bij agressie en angst betrokken en relatief ´primitief´ hersengebied. Keer op keer bleken bij het weigeren van een aanbod de amygdala van de proefpersonen extra actief.

MRI: rechter amygdala actief (Karolinska Inst)

Opvallend was dat bij proefpersonen die het kalmeringsmiddel kregen het aantal weigeringen daalde, terwijl zij de geldverdelingen achteraf niet minder onrechtvaardig vonden. Het bewijs, volgens de onderzoekers, dat de directe ´emotionele´ reactie van een onrechtvaardig gevoel, waarschijnlijk een soort boosheid, zich in de amygdala afspeelt.

Bron: PLoS Biology online 3 mei; Beeld: Flickr