Add to Google

Quasarlicht wijst op gigantische scheuren in ruimtetijd

Door: Germen Roding | Geplaatst: 8 mei 2010 | Trefwoorden: Meer nieuws, Natuurkunde, Ruimtevaart, Wetenschap | Volg reacties via RSS 2.0 | Reageren is niet mogelijk.

Artist impression van quasar GB 1508. Bron: NASA

Artist impression van quasar GB 1508. Quasars zijn actieve kernen van jonge melkwegstelsels waar veel materie in het zwarte gat in het centrum valt. Hierbij komt heel veel energie vrij. In oudere melkwegstelsels, zoals dat van ons, heeft het zwarte gat al alle sterren in de directe omgeving opgeslokt. Bron: NASA

Liefhebbers van Star Trek kennen ze wel: scheuren in ruimte-tijd, de door Einsteins relativiteitstheorie beschreven realiteit waarin we leven. Als de Enterprise daar een duik in neemt om aan de Klingons of andere agressieve aliens te ontkomen, gebeuren er steevast vreemde dingen die de kapitein en zijn bemanning altijd met veel kunst- en vliegwerk weten te overleven.

Tot nu toe werden ze afgedaan als een product van de wilde fantasie van scriptschrijver Gene Roddenberry en zijn wetenschappelijk adviseurs, maar nu lijkt een raadselachtige reeks van quasars te wijzen op het werkelijke bestaan van kosmische snaren – gigantische lusvormige weeffouten in ruimtetijd, zo groot dat ze complete melkwegstelsels kunnen omvatten.

In 2005 onderzocht een team van Belgische onderzoekers driehonderd quasars – de actieve kernen van jonge melkwegstelsels. Met het licht van een rij van deze quasars waren twee merkwaardige dingen aan de hand. Ten eerste bleek het licht gepolariseerd, dat wil zeggen dat het maar in één richting trilt. Deze richting, ontdekten andere onderzoekers, hangt samen met de richting waarin de quasar tolt. Ten tweede, en dat is veel merkwaardiger, bleek het licht van naburige quasars in ongeveer dezelfde richting te trillen. We praten hier over melkwegstelsels die miljoenen lichtjaren van elkaar liggen, dus die elkaar nauwelijks kunnen beïnvloeden. Iets moet er dus voor hebben gezorgd dat deze objecten ongeveer in dezelfde richting draaien.

Dat ‘iets’ is volgens de theorie van de Amerikanen Poltis en Stojkovic een overblijfsel van een kosmische snaar: een magneetveld. Volgens natuurkundige berekeningen vormden kosmische snaren zich op het moment, een miljardste seconde na de oerknal, dat de zwakke kernkracht zich afsplitste van de elektromagnetische kracht. Snaren van een dergelijke grootte zijn niet erg stabiel en bestaan niet meer – sorry Roddenberry – maar het enorme magnetische veld dat de snaar heeft opgewekt bestaat nog steeds. Beide heren hebben berekend dat dit overgebleven magnetische veld de quasars dezelfde richting op kan laten draaien: vlak na de Big Bang bestonden er nog geen atomen, daar was het nog te heet voor, maar wel een soep van geladen deeltjes. Het magnetische veld liet deze dan in dezelfde richting draaien.

Een ander zeer interessante waarneming is dat de draairichting van het licht beïnvloed lijkt te worden door de afstand van ons. Elke 3,26 miljard lichtjaar extra afstand van ons blijkt de draairichting dertig graden te verschuiven – tegen de klok in als de quasar in de richting van de galactische zuidpool ligt, met de klok mee andersom.

Beide onderzoekers toonden met een berekening aan dat ook dit effect te verklaren was door het draaien van de magnetische overblijfselen van de kosmische snaren.

Het zal nog wel tot de drieëntwintigste eeuw duren, maar als we er in slagen energieën op te wekken die hoog genoeg zijn om de zwakke kernkracht en de elektromagnetische kracht samen te laten smelten kunnen we mogelijk onze eigen kosmische snaren maken en ontsnappen aan de greep van ruimtetijd – en daarmee misschien wel net als de Enterprise een opening naar een ander heelal vinden of met warpspeed sneller dan het licht reizen.

Meer lezen

Reageren is niet meer mogelijk

Foto galerij

Inloggen / Advanced NewsPaper by Gabfire Themes