Nieuws

Planten geven rupsen moordparfum


Een suikerig stofje dat planten uitscheiden, lusten rupsen graag. Alleen, het verandert in parfum dat roofdieren aantrekt.

Planten gebruiken een heel arsenaal aan chemische stofjes om hongerige rupsen en ander plantenetend gespuis van zich af te houden – nicotine en cannabis zijn voorbeelden. Ook zijn bijna alle planten bedekt met kleine stugge haartjes. Die houden waterdamp vast en beperken het waterverlies, maar maken het ook allerlei dieren lastiger om over de plant te kruipen (zie hier).

Onderzoekers van het Duitse Max Planck Instituut voor Chemische Ecologie zijn nu gestuit op een bijzondere combinatie van deze chemische en mechanische verdedigingslinies van planten. Veel plantensoorten hebben bladharen met een soort verdikte ´klier´ aan het eind. Vaak zijn die plakkerig, wat over de plant kruipen extra moeilijk maakt, of scheiden giftige chemicaliën uit. Maar tabaksplanten blijken wel heel speciale haarkliertjes te hebben.

Rups van pijlstaartvlinder, uit het onderzoek

Het verbaasde de onderzoekers dat bepaalde rupsen die van tabaksplanten eten, direct gingen snacken van de haarklieren op de bladeren. De haarkliertjes scheiden een soort stroop van bepaalde suikers uit, ontdekten zij. Dat tabaksplanten de rupsen niet zomaar voedsel cadeau doen, bleek na analyse van de lucht boven rupsen met gaschromatografie, een techniek dat gasvormige verbindingen identificeert. Na te hebben gegeten van haarkliertjes van tabaksbladeren, gaven rupsen een viertal vluchtige organische zuren af. Precies die stoffen kwamen er vrij wanneer het suikerige goedje uit de bladkliertjes bij hoog pH met water werd vermengd. De darmen van rupsen zijn waterig en hebben een hoog pH.

Het van de planten meekregen ´parfum´ bleek geen aangename. Mieren van een soort die graag rupsen eten, werden sterk aangetrokken door de nieuw-ontdekte rupsengeur. Door te eten van het zoete goedje van tabaksplanten, ´merkten´ de rupsen zich dus om opgegeten te worden – precies goed voor de plant die zelf geen rupsenvoer wil zijn.

Bron: PNAS 10 mei, p. 7855-7859; Beeld: CC, Calibas.