Nieuws

IgNobel 2010: fellatio, baarden en vloeken wetenschappelijk beloond


Papieren vliegtuigjes, bacteriën, opera en vleermuizen. De jaarlijkse IgNobelprijzen zijn weer uitgereikt aan wetenschappers met de meest bijzondere, soms ook controversiële onderzoeken op hun naam, met soms hilarische resultaten.

De Nederlander Kees Moeliker win 2003 een IgNobel voor zijn onderzoek naar homoseksuele necrofilie bij de wilde eend.

Voor de 21ste keer werd de feestelijke, lichtelijk anarchistische ceremonie gehouden in Havard University, Boston. Doel van de organisatie is om te tonen dat wetenschap zowel nuttig als hilarisch kan zijn. In de categorie biologie ging de prijs bijvoorbeeld naar een Chinese onderzoeksgroep die het nut aantoont van fellatio bij parende vleermuizen. Vrouwtjes vleermuizen die tijdens de daad de stam van de penis van hun partner likken, verlengen daarmee de paring. Volkomen serieus onderzoek, dat eerder dit jaar wel tot ophef leidde in conservatieve delen van de wetenschapswereld.

In de medische categorie werd een Amerikaanse onderzoeksgroep beloond voor het bewijs van het microbiologische gevaar van bebaarde laboratoriumonderzoekers. In hun gezichtsbeharing vinden bacteriën namelijk makkelijk warme en vochtige huisvesting. De IgNobel voor de vrede ging naar Britse onderzoekers die bewezen dat vloeken wel degelijk plotselinge pijn verzacht. Eerder winnend onderzoek betrof puzzelende schimmels en het bewijs dat dure nepmedicijnen beter werken dan goedkope nepmedicijnen. Meer onderzoeken en categorieën zijn te vinden op de site van IgNobel.

Cultuurverschillen

Tijdens de uitreikingsceremonie krijgen winnaars precies 60 seconden voor hun bedankjes en een kleine toelichting op hun onderzoek. Wie over zijn of haar tijd gaat, wordt onverbiddelijk afgekapt door een achtjarig meisje dat I’m bored! blijft roepen tot de spreker zwijgt, Miss Sweetie Poo. Een vijftal bonafide Nobelprijswinnaars reikte gisteren de prijzen uit: natuurkundigen Sheldon Glashow (1979), Roy Glauber (2005), Frank Wilczek (2004) en James Muller (Vrede, 1985) en William Lipscomb (chemie, 1976).

Niet iedere wetenschapper staat te springen om een IgNobel in ontvangst te nemen. Natuurlijk winnen wetenschappers liever de echte Nobelprijs voor hun onderzoek. Bovendien komen door de opzet van de IgNobelprijs cultuurverschillen naar boven, waardoor de nominatie op zich al een precaire zaak kan worden. Sommige culturen voelen zich namelijk sneller te kijk gezet en onzeker dan andere. Wetenschappers op het lijstje van IgNobel worden dan ook van te voren gepolst of ze überhaupt wel willen worden willen worden genomineerd.

Beeld: Vox Sciurorum.