Nieuws

Haar in poep 200.000 jaar oud


Wat voor kleur had het haar van de oermens? Welke ziektes had hij? Binnenkort weten we het misschien. Dankzij een zeer oud hoopje hyena poep.

Zuid Afrika, 200.000 jaar geleden. Een hyena slentert over de savanne op zoek naar iets te eten. Dan ziet hij een buitenkansje: daar ligt het dode lichaam van een van die rechtop lopende kale apen, een ‘mens’. Vóór de andere aaseters aankomen, neemt hij snel een hap van het hoofd.

Een dag later poept de hyena zijn maaltje weer uit, inclusief veertig mensenharen die zijn maag niet kan verteren. De keutels zakken in de modder, waar ze beginnen te verstenen. Eeuwen verstrijken, de keutels worden keihard. ‘Coprolieten’ zoals paleontologen dat noemen. Enkele maanden geleden worden ze gevonden in de buurt van het plaatsje Sterkfontein door Zuid-Afrikaanse wetenschappers.

Zij zagen de versteende keutels door en vinden daarin de menselijke haren. Daarmee zijn de poepharen de oudste ‘zachte delen’ van een mens die ooit zijn gevonden. Ter vergelijking, de oudste haren die tot nu bekend zijn, komen van een 9000 jaar oude mummie uit Chili. Normaal vergaan menselijk haren het eerste, waardoor we bijna niets weten over de geschiedenis van dat deel van onze anatomie.

De vondst is een doorbraak voor de studie van de mens. Haren bevatten veel informatie over hun eigenaar. Was die persoon man of vrouw, gezond of ziek, donker of licht? Uit een eerste onderzoek blijkt dat de oeroude haren niet verschillen van moderne exemplaren. Schubben, dikte en structuur zijn in de afgelopen 200.000 jaar niet wezenlijk veranderd.