Nieuws

Geen beter vermaak dan leedvermaak


Onze biologie zit zo in elkaar dat andermans ongeluk, verdriet en pijn ons soms goed doen. Dat houden we natuurlijk in de meeste situaties verborgen omdat de sociale norm is dat leedvermaak niet netjes en zelfs ronduit gemeen wordt gevonden.

Onderzoekers aan de Amerikaanse universiteit Princeton kwamen hier achter door de elektrische activiteit van de wangspieren (lachspieren) te meten. Wat bleek? Proefpersonen lachten meer als ze zagen dat iemand die ze bewonderen en benijden, iets vervelends gebeurde. Deze methode voorkwam sociaal wenselijke antwoorden; niemand geeft leedvermaak immers graag toe.

Tijdens het experiment kregen proefpersonen foto’s te zien van allerlei stereotypen: de rijkaard, de drugsverslaafde, de student en de oudere. Daarbij werd verteld wat de persoon op de foto zojuist had meegemaakt: iets positiefs, iets negatiefs of iets neutraals.

De elektroden op hun wangen deden het verdere werk: de mensen die jaloezie opwekten bij de proefpersonen (de rijkaard bijvoorbeeld), werden het vaakst getrakteerd op een glimlach. En kunnen dus rekenen op het minste meeleven.

Uit een tweede soortgelijk experiment – nu werd de hersenactiviteit gemeten en moesten de proefpersonen zelf aangeven hoe zij zich voelen – kwam dezelfde uitkomst. De mensen die het meest worden benijd, wekken de minste empathie op.

Twee weken laten gingen de onderzoekers een stap verder in een derde experiment. De proefpersonen werd gevraagd of ze de mensen op de foto’s pijn wilden doen. Het antwoord laat zich raden. De mensen die werden benijd, zouden de klos zijn geweest als het niet een zuiver theoretisch experiment was geweest.

Jaloezie doet ons empathisch vermogen kennelijk niet goed. Dat heeft grote gevolgen voor onze samenleving. Volgens een van de onderzoekers kan bijvoorbeeld competitie op de werkvloer tot meer en betere prestaties lijden, maar er kan ook veel tijd en moeite verloren gaan als jaloerse medewerkers hun succesvolle collega proberen te torpederen. De onderzoeksresultaten werden gepubliceerd in Annals of the New York Academy of Sciences.