Nieuws

Breincontrole uit de kattenbak


Eencellige parasieten sturen het gedrag van hun gastheer naar zelfdestructie. Ook wormen en bacteriën veranderen gedrag.

Het is een geliefd thema in horrorfilms: een boze kracht die met ´mind control´ willoze slachtoffers aanstuurt om zichzelf te vernietigen. In de natuur worden steeds meer gevallen ontdekt van parasieten die de controle over hun gastheren overnemen.

De meeste mensen kennen wel de waarschuwing, dat zwangere vrouwen niet de kattenbak mogen verschonen. Minder bekend is de reden daarvoor, namelijk het gevaar van toxoplasmose. Dat is een infectie (of liever, van het ongeboren kind) met de in de weefsels van allerlei zoogdieren levende eencellige parasiet Toxoplasma gondii. Toxoplasma kan zich alleen voortplanten in de darmen van een kat (vandaar de aanwezigheid in kattenbakken). Wanneer het in een ander dier zit, moet het eerst in een kat terecht komen, willen er meer toxoplasmas worden geboren. Daar heeft de parasiet een opmerkelijke oplossing voor.

Iets te roekeloze muis?

Muizen die zijn geïnfecteerd met toxoplasma, zo blijkt uit onderzoek (Schizophrenia Bulletin, januari 2007), gaan zich riskanter gedragen. De dieren worden actiever en lopen meer rond in open plekken. Zelfs hun angst voor kattenreuk lijkt verdwenen. Allemaal gedragingen die de kans dat een muis door een kat wordt opgegeten flink vergroten. Hoe toxoplasma de fatale gedragsveranderingen bij muizen opwekt is nog niet compleet opgehelderd, maar aanwijzingen zijn er wel.

In de hersenen van geïnfecteerde muizen bleken met name breingebieden betrokken bij angst tjokvol van de parasiet te zitten. Ook blijken twee genen van toxoplasma sterk te lijken op zoogdier-genen verantwoordelijk voor de dopamine-huishouding in het brein. Dopamine speelt een belangrijke rol in angst en depressie bij mensen. Een derde aanwijzing voor een letterlijke ´mind control´ door toxoplasma, is dat patiënten met schizofrenie meer antilichamen tegen toxoplasma produceren dan normale mensen – een verband tussen de wanen van schizofrenie en toxoplasma-infectie lijkt mogelijk.

Infectie met een enge parasiet is niet eens nodig voor gedragsverandering, blijkt uit een recente studie (PNAS, februari 2011). Daarin werd ontdekt dat muizen zonder de normale cocktail van verschillende bacteriën in hun darmen (zoals die in elke zoogdierdarm zit, ook die van mensen) actiever waren en verminderde niveau´s van angstig gedrag vertonen dan muizen met een normale darmflora.

Het effect leek te worden verklaard door een verschillende activiteit van bepaalde genen in de muizenhersenen, veroorzaakt door de bacteriën. Opnieuw lijken dus micro-organismen op een slinkse manier via hersenbeïnvloeding gedrag te veranderen – al lijkt bij muizen het gedrag gunstig, omdat jonge muizen door meer rond te scharrelen de voor een goede gezondheid nodige bacteriën binnenkrijgen.

Vogelvoer

Het misschien wel meest spectaculaire voorbeeld van manipulatie van een gastheer door een parasiet, geldt al meer dan een halve eeuw als een klassieker uit de parasitologie, waarover docenten hun studenten graag laten griezelen (Journal of Parasitology, 1947). De parasitaire worm Leucochloridium leeft in slakken, maar plant zich voort in vogels. Hoe de worm met een combinatie van eigen gedrag en gedragsverandering van de ´tussengastheer´, een slakkenetende vogel als ´eindgastheer´ lokt, zie je hier.

Beeld: Flickr