Nieuws

Zwaar of licht: wat valt het snelst?


Ik heb twee voorwerpen van dezelfde vorm en dezelfde grootte. Bijvoorbeeld twee ballen. De ene bal weegt aanzienlijk meer dan de andere. Ik ga op een gebouw staan en gooi ze tegelijk naar beneden. Welk voorwerp is het eerste beneden? De zware bal, de lichte bal, of komen te tegelijk op de grond terecht? – Henk (en collega’s)

De meneer op de foto die zo streng kijkt is Galileo Galilei (1564-1642), de grondlegger van de moderne natuur- en sterrenkunde. Hij gooide objecten van verschillend gewicht van de scheve toren van Pisa (zo wordt beweerd) om te meten hoe lang ze er over deden om op de grond aan te komen. Zijn conclusie, zwaar of licht maakt niet uit voor de valsnelheid, alles valt in principe even snel.

Galileo

Er zit wel een addertje onder het gras: de wet van Galileo geldt officieel alleen in een vacuüm.

Maar op aarde leven we niet in een luchtledig, dus de vorm van de ballen speelt een rol. Een zeer grote bal (bijvoorbeeld een enorme strandbal) doet er langer over om naar beneden te komen dan een net zo zware, maar heel compacte bal. De lucht werkt als weerstand.

We gebruiken die weerstand soms in ons voordeel. Een man met een parachute doet er – gelukkig – langer over om op aarde neer te komen dan een even zware man met alleen een rugzak.

veer

Verlaten we onze dampkring, dan is het echter een ander verhaal. Omdat daar geen lucht is, vallen alle objecten even hard. Tijdens de Apollo 15 missie naar de maan deden de astronauten een experiment met een hamer en een veer (zoals Galileo al had voorgesteld) en kwamen tot de conclusie dat in het vacuüm van de ruimte inderdaad alles even snel valt. Zoals je kunt zien op de video.