Nieuws

Went het donker sneller door met je ogen dicht het licht uit te doen?


Als je je ogen dichthoudt terwijl je het licht uitdoet, wen je dan sneller aan het donker? En zo ja, hoe komt dat? – Teroen

De vraag gaat in eerste instantie, zo lijkt het, over zogeheten ´donkeradaptie´. Iedereen kent het fenomeen wel. Bij de plotse overgang van een fel verlichte naar een donkere ruimte, zie je eerst even niets. Waarna vrij snel de ogen blijkbaar wennen en je in de duisternis eigenlijk verrassend veel kan waarnemen. Meestal neemt die ´nacht-zicht´ nog zelfs geleidelijk wat toe.

Donkeradaptie misschien begonnen?

Dat de ogen licht kunnen waarnemen en omzetten naar zenuwimpulsen die naar de hersenen gestuurd worden, is te danken aan twee typen bijzondere cellen die liggen in de lichtgevoelige retina van het oog (bouw oog). Staafcellen (of staafjes) registreren zwak licht in zwart/wit, kegelcellen (kegeltjes) gekleurd licht. De lichtdetectie is te danken aan speciale moleculen, die met miljarden gestapeld liggen in schijfvormige vliezen in een uitstulping van de cel (die staaf-, dan wel kegelvormig is, vandaar de benamingen). Deze ´fotopigmenten´ bestaan uit een eiwit (het opsine), dat wordt ´vastgehouden´ door een veel kleiner molecuul (retinal, een afgeleide van vitamine A). In staafjes, met het fotopigment rodopsine, verandert onder invloed van licht het retinal van vorm waardoor het opsine loslaat. Dat levert een elektrische puls op die als zenuwsignaal verder gaat. Het rodopsine wordt in het donker weer hersteld door enzymen. Kegeltjes bevatten fotopsine, met een soortgelijke maar iets complexere werking, nodig voor de golflengtes van kleuren.

Menselijke retina, opname door pupil (met ´blinde vlek´ )

Rodopsine is ongeveer een miljard keer zo gevoelig voor licht als fotopsine, en dit verklaart donkeradaptatie. In fel licht zijn alle of een groot gedeelte van de staafjes ´gebleekt´, en gaat de lichtwaarneming via de kegeltjes. Pas in het donker herstelt het rodopsine door de enzymen, maar dat gaat relatief traag. Vandaar het effect van eerst niets kunnen zien in het donker, waarna het nachtzicht langzaam op gang komt. Naarmate de hoeveelheid herstelde rodopsine toeneemt, neemt het zichtvermogen toe.

Over de vraag of de ogen dichtdoen tijdens de overgang van licht naar donker de donkeradaptatie versnelt, is informatie schaars. Maar het lijkt mogelijk. Dichte oogleden maken het flink donkerder voor de ogen waardoor de donkeradaptatie alvast op gang zou kunnen komen. Dit idee wordt gesteund door metingen waarin de lichtgevoeligheid van ogen met verschillende mate van bleking werd vergeleken. Bij minder dan 50% bleking werd de grootste gevoeligheid na twintig minuten bereikt, en bij 98% gebleekt pas na een half uur. Alvast wat herstel van bleking zou dus de tijd tot maximale donkeradaptatie kunnen verkorten. De vraag is alleen hoe lang de ogen daarvoor dichtgehouden moeten worden. Een paar seconden vlak voor, of alleen tijdens het bedienen van de lichtknop de ogen dichtdoen zal het verschil wel niet maken.

Overigens kan de pupilreflex, het in het donker groter worden van de pupil waardoor licht in het oog valt, hier nauwelijks een rol spelen. Dat kost niet meer dan een seconde, volgens onderzoek.

Bronnen: Campbell, Biology (1999), Investigative Opthalmology and Visual Science (Dec 2006), PNAS vol 105 p.1704 (2008). Beeld: Flickr.