Nieuws

Wat is het nut van verschillende bloedgroepen?


Wat is het (evolutionaire) nut van verschillende bloedgroepen, en zijn er in het verleden meer/minder bloedgroepen geweest? – Alfred Kleine

Een interessante vraag, want je zou haast zeggen dat bloedgroepen vooral ´evolutionair´ schadelijk zijn. Immers, wanneer mensen (en dieren) een bloedtransfusie krijgen met bloed van een bloedgroep die niet past bij de eigen bloedgroep, dan is het resultaat een klontering van het bloed dat fataal kan aflopen. De Oostenrijkse arts Karl Landsteiner ontdekte in 1900 de zogeheten ´ABO´- bloedgroeptypes, wat hem in 1930 de Nobelprijs opleverde. Intussen zijn naast dit voor menselijke bloedtransfusies meest belangrijke ABO bloedgroepsysteem, nog 23 andere bloedgroepsystemen bekend, en maar liefst tweehonderd bloed ´types´. Gelukkig voor bloedtransfusiediensten kennen maar een paar daarvan nadelige gevolgen bij menging van verschillende bloedtypen – door de vele combinaties zou anders passend bloed vinden voor transfusies praktisch onmogelijk worden.

Rode bloedcellen (en een witte)

Bloedgroepsystemen zijn een gevolg van veranderingen (mutaties) in genen verantwoordelijk voor bepaalde suiker-eiwit moleculen die aan het oppervlak van rode bloedcellen naar buiten steken. Het immuunsysteem werkt doordat ´antilichamen´ zich vasthechten aan soortgelijke moleculen aan het oppervlak van bacteriën en virussen, waarna ze kunnen worden opgeruimd. Elk lichaam heeft in principe alleen antilichamen tegen lichaamsvreemde moleculen. Het is dit fenomeen dat achter de problemen tussen verschillende bloedtypen zit.
Het best wordt dit geïllustreerd door de ABO-bloedgroepen. Drie mogelijke varianten van een gen bepalen hier oppervlaktemoleculen van rode bloedcellen, namelijk een type ´A´, ´B´ en een derde ´manke´ variant.
Omdat van elke ouder één exemplaar van de ABO-genen wordt geërfd zijn zes combinaties mogelijk – AA, A-mank, BB, B-mank, AB en mank-mank. Dit vertaalt zich naar de vier bekende bloedgroepen A, B, AB en O. Volgens de regels van het immuunsysteem heeft een A bloedtype ´anti-B´ antilichamen, een B bloedtype ´anti-A´ antilichamen, produceert een O bloedtype antilichamen tegen zowel A als B, terwijl AB geen antilichamen aanmaakt. Problemen ontstaan er wanneer transfusiebloed wordt gegeven van een type waartegen de ontvanger antilichamen bezit.

Omdat in de natuur geen bloedtransfusies plaatsvinden, is het hoogst onwaarschijnlijk dat immuunreacties op ´verkeerd´ bloed een evolutionaire functie hebben. Van de ABO bloedgroepen is feitelijk nog onbekend wat hun precieze functie is. Toch wijzen volgens onderzoekers de verschillende verhoudingen tussen de bloedtypen van het ABO-systeem bij mensen in verschillende werelddelen op mogelijke functies. Bloedgroep O zou weleens extra gevoeligheid voor de pest opleveren, en bloedgroep A voor de pokken, want bloedgroep B komt veel voor in Rusland en delen van Azië, waar deze ziektes flink hebben huisgehouden. Er zijn aanwijzingen dat bloedgroep A gepaard gaat met 20% meer kans op darmkanker. Van het bloedgroepsysteem Duffy is bekend dat de ´negatieve´ variant tegen malaria beschermt, en dat heeft waar deze ziekte voorkomt wel degelijk evolutionair nut.

Een aantal nuttige zaken die in de volksmond aan bloedgroepen zijn toegedicht – bloedgroepen B en O beschermen tegen katers, A geeft een hogere IQ, O betere tanden – zijn evenwel wetenschappelijk naar het rijk der fabelen verwezen. Ook het ´bloedgroependieet
Volgens moleculair-biologisch onderzoek is het ABO systeem 13 miljoen jaar geleden ontstaan, nog voor de mens zich afsplitste van aapachtige voorouders. In het (verre) verleden was er zeker een bloedgroepsysteem minder. Mogelijk geldt zoiets ook andere bloedgroepsytemen. Maar zekerheid daarover is onmogelijk – bloedgroepen fossiliseren niet.