Nieuws

Waarom hebben Aziaten andere ogen?


Waarom hebben Oost-Aziaten andere ogen dan de rest van de wereld? Hoe is dat in de evolutie zo ontstaan? – Stefan Hagens

Je zou deze vraag ook om kunnen draaien, en vragen waarom de rest van de wereld ´ronde´ ogen heeft, want het is de vraag of mensen met ´Aziatische ogen´ niet intussen in de meerderheid zijn op aarde. Maar dat is niet de vraag beantwoorden.
Volgens de huidige antropologische theorieën is de mens ontstaan in Oost-Afrika van daaruit naar het Midden-Oosten en daarna Europa en Azië getrokken. In zo´n vijftigduizend jaar sinds de verspreiding van de mens over de verschillende werelddelen, zijn een (klein) aantal anatomische verschillen ontstaan.
Een van de meer zichtbare daarvan is zogeheten epicanthus, een verdikking van het bovenste ooglid, naast een lagere aanhechting daarvan aan de binnenzijde van oogkas (neuszijde), wat de ruimte tussen de huidflappen aan boven- en onderkant van het oog meer spleetvormig maakt.

Inuit ´zonnebril´ van rendier-been (gemaakt 1200-1600)

Volken met epicanthus zijn Noord- Midden- en Oost-Aziaten, Mongolen, Han-Chinezen, Tibetanen, Koreanen, Japanners, Kirgiziërs en Kazakken. Ook bij Zuid-Oost Aziaten als Vietnamezen, Thai, Cambodjanen, Nepalezen, Birmezen, en diverse natuurvolkeren in Bangladesh en India is regelmatig epicanthus te vinden. Inuit (´Eskimo´) en Noord-Amerikaanse Indianen laten ook epicanthus zien, een weerspiegeling van hun Mongoolse/Siberische afstamming. De ´Aziatische´ogen zijn ook de vinden bij een kleine minderheid in Europa, waaronder in Finland, Polen en Ierland, en de Dinka-stam in Sudan.

De verdikking van epicanthus is te wijten aan de verschillende bouw van het ooglid vergeleken met dat van ´Kaukasische´ volkeren uit Midden- en West-Europa. In ´Kaukasische´ ogen komen de gespierde binnen- en buitenlaag van het ooglid hoog in het ooglid samen, om een relatief dunne huidflap te vormen. Aziatische ogen hebben deze samensmelting veel lager in het ooglid. Het vetweefsel tussen de binnen- en buitenhuid van het ooglid zakt hierdoor verder uit, wat als effect heeft dat de bovenkant van het ooglid meer ´uitbolt´ en de bovenste helft van de oogkas uitvult, met de ´spleet´ als resultaat.

In de volksmond worden ´Kaukasische´ ogen ook wel ´dubbele´ oogleden genoemd, omdat er een plooi te zien is langs de bovenrand van het bovenste ooglid. Deze ontbreekt bij het ´enkele´ Aziatische ooglid. In delen van Azië zijn operaties om dubbele oogleden te creëren, waarschijnlijk vanwege een Westers schoonheidsideaal, behoorlijk populair. Ook zijn er setjes verkrijgbaar met een speciaal lijm voor tijdelijke dubbele oogleden.

Over het ontstaan van epicanthus in de loop van de evolutie, wordt gedacht dat de smalle oogspleet de ogen van voorouder-volkeren hielp beschermen tegen de harde en bitter koude wind van de Mongoolse steppen. Een ander evolutionair voordeel zou liggen in de bescherming tegen het zeer felle licht op de ijsvlakten van Siberië en het Noordpoolgebied. Deze aanpassing wordt weerspiegeld in de ´ijs-brillen´ met smalle spleten die de Inuit al honderden jaren maken.

Beeld: Cambridge Bay Weather (op Wikimedia Commons), Sociological Images