Nieuws

Waar komt pensioen met 65 vandaan?


Door de discussie over de verhoging van de pensioenleeftijd vroeg ik me af waarom we eigenlijk (nog) met vijfenzestig met pensioen gaan. Heeft dat te maken met de levensverwachting? – Ronald van der S. Eindhoven.

Een verhaal dat je steeds weer leest, is dat de Duitse kanselier Bismarck de pensioengerechtigde leeftijd op vijfenzestig zou hebben gezet omdat de levensverwachting van de gemiddelde Duitser in zijn tijd zesenzestig was en Bismarck iedereen na een werkzaam leven een jaartje uitpuffen zou gunnen. Stond laatst nog in het Financieele Dagblad.

Kletskoek, broodje aap, niet waar. Het pensioen is uitgevonden door de Britse marine, waar al in de zeventiende eeuw een systeem was om oude zeelui te onderhouden. Die spaarden een klein deel van hun wedde in een potje dat ze meekregen als ze afzwaaiden. Dat potje werd aangeduid met het van oorsprong Latijnse woord pension, oftewel een uitbetaling.

Bismarck heeft wel iets met ons pensioen te maken. Eind negentiende eeuw bedacht hij een wet die invalide werknemers een uitkering geeft, een soort WAO of WIA. Bismarck vond hoge leeftijd ook een vorm van invaliditeit omdat je dan gammel werd. Hij stelde dat iedere Duitse werknemer die zeventig werd, ook een uitkering moest krijgen. Maar bij een levensverwachting van 45 jaar was dat voor bijna niemand weggelegd. Behalve dan voor Bismarck zelf, die werd drieëntachtig.

Waar komt dan die vijfenzestig jaar dan vandaan? De oorsprong daarvan ligt wel in Duitsland, vandaar de verwarring. Tijdens de Eerste Wereldoorlog probeerde de Duitse regering de troepen in de loopgraven een hart onder de riem te steken. Het ging slecht met de oorlog, dus het moreel van de troepen moest omhoog. Er kwamen allerlei extraatjes voor militairen die de oorlog overleefden.

bismarck

Otto Eduard Leopold von Bismarck (1 april 1815 – 30 juli 1898)

Onderdeel van die maatregelen was dat soldaten al met vijfenzestig jaar aanspraak konden maken op een pensioen. Bismarck was toen al twintig jaar dood. Het Amerikaanse leger nam die leeftijd over en zo werd 65 langzaam de standaard voor pensioenen.

Een van de aantrekkelijke punten aan een pensioen op je vijfenzestigste was voor werkgevers dat bijna niemand die leeftijd haalde. Zeker niet soldaten, wier werkzame leven zich tussen bommen en granaten afspeelt. Toen in de jaren twintig in Europa en de VS de eerste grote pensioenfondsen ontstonden, namen ze vijfenzestig dan ook over.

In Nederland werd het de leeftijd voor de eerste nationale pensioenvoorziening: de Algemene Ouderdomswet, de AOW.

Ondertussen begon de leeftijd waarop mensen dood gaan langzaam omhoog te kruipen. Maar het duurde tot in de jaren zestig tot Nederlandse mannen een levensverwachting hadden die gemiddeld boven de vijfenzestig jaar lag. Nu ligt de levensverwachting rond de tachtig jaar voor mannen en vrouwen.

Zouden de we nu de pensioenleeftijd omhoog schroeven naar Bismarckiaanse normen, dan zouden we pas rond ons negentigste met pensioen kunnen. Wat dat betreft is de verhoging van vijfenzestig naar zevenenzestig, zoals het kabinet nu beoogt, een eitje.