Nieuws

Is het gijzelaar of gegijzelde?


Het achtervoegsel ‘-aar’ betekent meestal ‘hij die aldus handelt’. Bijvoorbeeld: verzekeraar= hij die verzekert, verzamelaar= hij die verzamelt. Als ik dit bij gijzelaar opzoek in de Dikke van Dale dan vind ik: ‘gegijzelde’ in plaats van ‘hij die gijzelt’. Waarom wordt er in de media steeds over de gijzelaar gesproken en niet de gegijzelde als het over de gijzelslachtoffer gaat? – Jan 1950

De media doen het in dit geval dus steeds goed. De Dikke van Dale stelt dat een gijzelaar iemand is die wordt gegijzeld. Het woordenboek geeft zelfs expliciet aan dat het fout is om gijzelaar te gebruiken voor iemand die zelf gijzelt. Daarvoor is het woord gijzelnemer uitgevonden.

Een gijzelaar is vaak ook een martelaar.

Een gijzelaar is vaak ook een martelaar.

Gijzelaar is daarmee inderdaad een uitzondering op de regel dat woorden op -aar meestal een activiteit, beroep of woonplaats aanduiden, zoals worstelaar, smokkelaar en Texelaar. Er zijn een paar van die uitzonderingen, de meest bekende is martelaar, voor iemand die wordt gemarteld. Denk ook aan een woord als rammelaar, voor een speelgoed dat wordt gerammeld.

Onlogisch? Zeker, maar de Nederlandse taal (net als alle talen) zit vol met dit soort gekke uitzonderingen. Anders zou de overtreffende trap van ‘goed’ wel ‘goeder’ en ‘goedst’ zijn, in plaats van beter en best.

Ook een vraag? Stel hem via info[at]faqt.nl of ga naar het contactformulier.

Beeld: © Ivan Bliznetsov | Dreamstime.com