Het verhaal van supervloeistoffen begon met de ontdekking van helium in 1895, het lichtste edelgas dat we kennen. Een heliumatoom is bijna volmaakt symmetrisch. Helium reageert nergens mee. Pas op vier graden kelvin, dus vier graden Celsius boven het absolute nulpunt, (het absolute nulpunt, nul K, is -273,15 graden Celsius) wordt het gas vloeibaar.
Er bestaan geen stoffen met een lager verdampingspunt. Geen wonder dat helium gedurende enkele jaren het enige gas was dat niet in een vloeistof kon worden veranderd. Kamerlingh Onnes lukte dit uiteindelijk in het Leidse koudelab in 1908 door helium af te koelen tot één kelvin, de koudste temperatuur tot dan toe ooit bereikt.

Foto uit 1937 van het fonteineffect. Als helium II wordt beschenen met licht ontstaat een fontein, de enige manier waarop de supervloeistof de energie kan afvoeren.
In de jaren daarna ging Kamerlingh Onnes en anderen door met het experimenteren met vloeibaar helium. Ze ontdekten een aantal merkwaardige eigenschappen van het goedje. Onder de 2,17 kelvin verandert normaal vloeibaar helium (helium I) namelijk in een merkwaardige stof, helium II, met eigenschappen die afwijken van alle andere vloeistoffen.
Zo is de viscositeit, de stroperigheid, van deze supervloeistof nul. Als de Atlantische Oceaan gevuld was met supervloeistof kon je een schip in, zeg, Shannon in Ierland een stevige zet geven en zou dit zonder motor of zeil met precies dezelfde snelheid aankomen in New York. Wel zou je het schip dan hermetisch moeten afsluiten, want de supervloeistof zou omhoog kruipen langs het scheepsoppervlak tot het topje van de mast. Bijsturen is er ook al niet bij. Hoe hard je ook roeit, er is niets om je tegen af te zetten. Je zou dan een soort raketmotor moeten gebruiken. Wel is er dan een ander vervelend probleem. Supervloeistof geleidt warmte namelijk extreem goed. Een sloot helium in je raketmotor gooien, in werking zetten en snel maken dat je binnen komt dus.
Het is onmogelijk om door afkoelen de supervloeistof in heliumijs te veranderen. Zelfs op het absolute nulpunt blijft helium II vloeibaar. Alleen door het samen te drukken tot ongeveer 25 atmosfeer verandert het in heliumijs.
De reden dat supervloeistof zich zo absurd gedraagt is kwantummechanisch van aard. Van een deeltje kan niet precies de plaats en de energie tegelijkertijd precies bekend zijn. Als een atoom zich vlak bij het absolute nulpunt bevindt, is de energie heel nauwkeurig bekend: bijna nul. Dus verandert het in een wazige vlek, want de plaats wordt dan heel onzeker. De atomen gaan elkaar dan overlappen. Hun golffuncties vallen samen, het zijn geen afzonderlijke atomen meer maar een soort collectief, een Bose-Einstein condensaat. Dit geldt vooral voor lichte atomen die nauwelijks met elkaar reageren. We kennen maar één voorbeeld van een dergelijke stof: helium, al lukt het maken van een Bose-Einstein condensaat ook met wolkjes extreem koude zware atomen. Waaarmee ook huzarenstukjes te bereiken zijn zoals het vrijwel stilzetten van licht, maar daarover later meer.

Muzikale wetenschappers hebben ontdekt dat je met supervloeistoffen zelfs fluittonen kan maken (check de link)
Er zijn tot nu toe twee supervloeistoffen ontdekt: een bestaande uit helium-4 atomen en een helium-3 variant, waarbij paren van helium-3 atomen de vloeistof vormen. (Paren, omdat voor een Bose-Einstein condensaat de deeltjes uit een even aantal fermionen moeten bestaan. Fermionen is natuurkundigengeheimtaal voor protonen, neutronen en elektronen. Bosonen, zoals lichtdeeltjes, kan je wel ongegeneerd op elkaar proppen, ze mekkeren nooit). Helium-3 is een zeer zeldzame, lichtere variant van helium. Met heel veel kunst-en vliegwerk is het gelukt heel weinig waterstof in een supervloeistof te veranderen. Met spectaculaire gevolgen overigens: volgens computersimulaties wordt onder extreem hoge druk (miljoenen atmosfeer) waterstof zowel een supervloeistof als een supergeleider.
Maar al komt supervloeistof maar voor in twee (of drie) smaken, het is en blijft opmerkelijk interessant spul.
Meer lezen
- Supervloeistof kruipt decimeter omhoog (video)
- Waterstof: supervloeistof en supergeleider?
- Superfluïditeit (Nederlands)












ik heb trouwens nog een vraag,
Volgens einstein zou het mogelijk moeten zijn om terug in de tijd te reizen als je sneller reist dan het licht.
Als je een perfect ronde windtunnel helemaal vol zou laten lopen met supervloeistof en je zou die tunnel belichten. Dan zou in theorie dus die belichting bijna tot stilstand komen. Als je daar een voertuig inzet zou dat voertuig dus automatisch sneller voortbewegen dan het licht. Ga je dan terug in de tijd?
Barry,
In feite gebeurt wat je zegt al in de koelvloeistof van een kerncentrale. Door radioactief materiaal uitgestoten deeltjes bewegen sneller dan de lichtsnelheid in water. Er ontstaat dat een spookachtig licht, Çerenkovstraling.
http://en.wikipedia.org/wiki/Cherenkov_radiation
Licht wordt niet geabsorbeerd door helium supervloeistof, dus ook niet vertraagd.
http://en.wikipedia.org/wiki/Superfluid#Applications
Zie ook
http://en.wikipedia.org/wiki/Slow_light
germen,
als je met een supervloeistof licht vrijwel stil kan zetten s het dan ook mogelijk om andere materie/antiemateries stop te zetten? Het higgs bose veld zoals omschreven in een ander artikel is als ik het goed begrepen heb een antimaterie, zou in theorie dat veld dan ook stop te zetten zijn en wat zou daar het effect van kunnen zijn?
Barry,
Licht stilzetten kan alleen bij bepaalde Bose-Einstein condensaten (zie mijn andere reactie). Helium II is daar geen van.
Je doelt denk ik op het hypothetische Higgs-veld. Het krachtoverbrengende deeltje is het eveneens hypothetische Higgs-boson.
Higgsdeeltjes (als ze bestaan) zijn geen antimaterie, het zijn zeer zware deeltjes die andere deeltjes massa geven door er mee te reageren. Ik denk persoonlijk dat die zogenaamde Higgs-deeltjes een figment of imagination zijn en dat ze helemaal niet bestaan. De bestaande quantumtheorieën, en de aanname dat lege ruimte wordt ingenomen door een zee van virtuele deeltjes, de Diraczee, is voldoende om de massagevende eigenschappen te verklaren.
Overigens wordt zeker 95% van alle massa al verklaard door bestaande natuurkundige theorieën. Zo zit verreweg de meeste massa van protonen en neutronen niet in de drie quarks, maar in de bijan relativistische snelheid van de quarks. De (punt) massa van het elektron wordt m.i. verklaard door hier een elementair ladingsquantum aan te nemen dat reageert met een wolk van virtuele deeltjes (elektron-positron paren) er om heen die een vertragingsmoment (en hiermee massa) inbouwen.
Als de Higgs-theorie klopt (wat ik moet zien) dan zou door het Higgsveld uit te schakelen (als dat kan tenminste) materie geen traagheid meer hebben en dus per definitie met de lichtsnelheid bewegen.
Als mijn theorie klopt, zou je snelheden hoger dan c kunnen bereiken door lichtgolven zich laten voortplanten door een extreem dunne spleet door gebruik te maken van het Casimir-effect.