Nieuws

Bijgeloof raar maar begrijpelijk


Het biologisch lastig te verklaren bijgeloof is zo vreemd nog niet, leert een wiskundig model.

Evolutiebiologen breken zich al langer het hoofd over bijgeloof. Hoe kan zoiets als het geloven dat het vinden van een klavertje vier geluk brengt, of dat een gedroogde konijnenpoot ongeluk weghoudt, blijven bestaan?

Klavertje vier, het geluk komt!

Dieren, en dus ook mensen, die leren volgens de strategie ´blijven doen wat iets oplevert, en stoppen wanneer een beloning uitblijft´, zijn evolutionair in het voordeel. Al die hardnekkige bijgeloven, de een nog bizarder dan de ander, die in alle mensenmaatschappijen en culturen zijn te vinden, lijken dus nogal paradoxaal. Want een ding hebben alle bijgeloven gemeen: er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat het gedrag of object van het bijgeloof ook iets oplevert. Waarom blijven mensen er dan aan vasthouden?

Frappant genoeg is bijgeloof ook bij dieren te vinden. De beroemde gedragsonderzoeker Skinner merkte in de eerste helft van de twintigste eeuw dat duiven in een ´Skinner box´, een testruimte waarin dieren op een hendeltje drukken om een voedselbeloning te krijgen, ook een vorm van bijgeloof ontwikkelden. Sommige duiven draaiden bijvoorbeeld consequent een rondje linksom voor het hendeldrukken, omdat zij toevallig een draai in die richting maakten tijdens de eerste paar keer dat zij de hendel indrukten en voedsel kregen. Het gedrag raakte zo gekoppeld aan de gewenste beloning.

Volgens een nieuwe theoretische analyse van bijgeloof lijkt het gedrag van mensen daarbij wel op dat van duiven. De onderzoekers van de Canadese Carlton-universiteit stellen daarin dat bijgelovig gedrag ook kan worden beschouwd als een type ´verkenningsgedrag´. Het resultaat van niet-bijgelovig zijn is altijd van te voren bekend -namelijk dat er geen beloning komt. Maar bijgelovig gedrag kan altijd nog iets op leveren, dat is van te voren niet bekend. Het dier blijft door bijgeloof als het ware de mogelijkheden verkennen, met een kleine kans op beloning – zoiets als het spelen op een fruitautomaat. Zulk gedrag heeft in principe evolutionair wel zin, stellen de onderzoekers.

In een simulatiemodel berekenden de Canadezen de kans dat bijgeloof ontstaat onder verschillende uitgangs-omstandigheden. Zoals bijvoorbeeld de frequentie van de situatie dat het onderwerp van bijgeloof is. Dit omdat bijgeloof vaak geassocieerd lijkt met zaken die niet zo heel vaak optreden, zoals het winnen van het wereldkampioenschap voetbal. Het model toonde dat onder bepaalde omstandigheden, bijgeloof de uitkomst is. De kosten van bijgeloof speelden een grote rol. Waren die laag (geloven in 13 als ongeluksgetal, bijvoorbeeld), dan ontstond bijgeloof makkelijker. Voorafgaande bijgelovigheid en een laag aantal gebeurtenissen verhoogden de kans op bijgeloof.

´Boze ogen´ tegen onheil in Midden-oosten

Een interessante voorspelling van het onderzoek is, dat naarmate de zekerheid over de uitkomst van een gebeurtenis toeneemt, de bijgelovigheid afneemt. Sporters die zeker denken te winnen, zijn dus minder bijgelovig. Wat dit zegt over de rage onder Nederlandse spelers, om tijdens het laatste WK armbandjes te dragen, is de vraag. Vast staat wel, dat de kosten van deze ´Power-Balance´ armbanden met dertig dollar in geen verhouding staan tot de salarissen van de voetballers.

Bron: Animal Behaviour, in press. Beeld: Flickr