Nieuws

‘Egoïsten zullen altijd egoïsten zijn’


Echt geld uitdelen om economische theorieën te testen? Voor Arno Riedl is het heel normaal. De Oostenrijker specialiseert zich in speltheorie en de vraag waarom mensen samenwerken. Een gesprek over freeloaders en koeien in Afrika, misdadigers en egoïsten op het rechte pad. ‘Niemand wil de sukkel zijn.’

Samenwerking is van alle tijden en van alle streken. Sterker nog, niet alleen mensen doen het, maar ook dieren en zelfs planten. De vraag is alleen: waarom? De bij die in samenwerking met soortgenoten een indringer in de korf steekt, gaat er zelf immers aan. Niet samenwerken is vaak gezonder voor het individu. De wetenschap staat dan ook voor een heus raadsel.

Biologen, sociologen en economen buigen zich over het wonderlijk mechanisme dat mensen de handen ineen doet slaan. Zijn er mechanismen aan het werk die ons doen coöpereren, en zo ja, wat zijn de regels die onder de oppervlakte ons handelen bepalen? Oostenrijker Arno Riedl, werkzaam aan de Universiteit van Maastricht, bekijkt als econoom vooral financiële samenwerking.

‘Vanuit economisch en evolutionair-biologisch oogpunt is het makkelijker conflicten tussen mensen te verklaren, dan vrijwillige samenwerking’, zo schetst hij de uitdaging waarvoor hij samen met collega’s staat.

Dilemma

Riedl doet zijn onderzoek aan de hand van varianten op het roemruchte prisoner’s dilemma, een test die al in de jaren vijftig in Amerika werd ontwikkeld in het kader van de zogenoemde speltheorie. Twee misdadigers worden gepakt. Ze hebben samen een lichte en een zware misdaad begaan. Voor de lichte misdaad heeft de politie bewijs, voor de zware niet. Beide boeven krijgen van de politie de keus, of hun collega verlinken en voor beide misdaden vrijuit gaan, of zwijgen met het risico dat de ander wel praat en er zware straf volgt. Zwijgen beide, dan krijgen ze beide een korte straf voor de lichte misdaad; spreken beide, dan gaan ze alle twee voor lange tijd de bak in.
Riedl: ‘Het beste antwoord is altijd om te praten. Computers hebben het dilemma keer op keer doorgerekend en statistisch zijn je kansen het beste als je alles wat je weet vertelt. Niet samenwerken met je collega-misdadiger is het beste. Maar als ik naar buiten kijk, dan zie ik mensen overal het tegenovergestelde doen. Ze werken op vrijwillige basis samen, ook als ze elkaar niet kennen. Er zijn voorbeelden van altruïsme. Zelfs als ze risico’s lopen, gaan mensen nog samenwerkingverbanden aan, bijvoorbeeld om iemand uit het water te redden. Het is een raadsel hoe dat tot stand komt.’
In het echte leven komt het prisoner’s dilemma overal voor. In de Tour de France hebben twee renners die samen het peloton ontvluchten ermee te maken. Gaan ze samenwerken, zodat beide voor de grote groep uit de etappe kunnen winnen, of laat een van de renners vooral de ander rijden om aan de meet zijn moegestreden medevluchter eruit sprinten? Doen ze dat beide, dan haalt het peloton ze in. Riedl vindt zelf de vakbond een mooi poldervoorbeeld. ‘De vakbond voert CAO onderhandelingen. De leden moeten contributie betalen en dat is kostbaar. Maar iedereen profiteert van de CAO, ook niet-leden. Dus is het uit economisch oogpunt verstandiger voor individuen om niet bij de vakbond te zijn en geld te sparen en te profiteren van de contributie van anderen.’

Geld Poolie

Vakbond

Toch groeit de vakbond. Waarom? Om ondermeer antwoord op die vraag te krijgen testte Riedl in een vorig onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam samen met collega’s de wil tot samenwerken in een laboratorium. Er was voor de proefpersonen echt geld te winnen door de juiste keuzes te maken in variaties op het prisoner’s dilemma. Hier ging het niet om minder straf, maar om de mogelijkheid om in het echte leven met een dikkere portemonnee naar huis te gaan. Net als bij het klassieke prisoner’s dilemma, konden deelnemers potentieel meer geld verdienen door niet samen te werken. Maar toch gingen ze samenspannen. ‘Gemiddeld bleek 40 tot 60 procent van de mensen samenwerkt. Dat is tegen de theorie dat iedereen in deze situatie egoïstisch zou moeten zijn.’
De theorie van het prisoner’s dilemma kan dus in de prullenbak? ‘Nee, dat ook weer niet. Wat we ook zagen, is dat mensen die het prisoner’s dilemma herhaald spelen, steeds minder de neiging hebben om samen te spelen. De helft van de groep was in het begin coöperatief, maar dat percentage gaat als snel naar beneden als blijkt dat ze door samenwerking vaak verliezen. Aan het einde van de test is er daardoor vrijwel geen coöperatie meer. Door herhaling leren mensen schijnbaar hun coöperatieve gedrag af. Ze hebben tijd nodig om te begrijpen dat het geen goede keuze is om samen te werken.’
Deze ontdekking raakt het hart van het onderzoek. Samenwerking is niet onvoorwaardelijk. ‘Als iemand die samenwerkt een ander tegenkomt die zich als een freeloader gedraagt, dan gaat de lol er snel af. We noemen dat conditional cooperation. Dat betekent dat je alleen de neiging hebt om samen te werken als anderen het ook doen. Je wilt niet worden uitgebuit, je wilt niet de sukkel zijn. Reciprociteit is een heel belangrijk onderdeel van het gedrag van mensen.’

Koeien en kabeljauw

Veertig tot zestig procent van de mensen in de tests doet aan conditional cooperation, zij zijn de samenwerkers in onze maatschappij – mits ze het deksel niet op de neus krijgen. Als de ander veel bijdraagt, dan doen zij het ook. Maar er is ook een niet kleine minderheid, die speelt zoals de speltheorie voorziet: zij zijn nooit coöperatief. Riedl denkt dat we de invloed van deze mensen niet moeten onderschatten. ‘Het bestaan van deze groep is een van de redenen dat coöperatief gedrag altijd minder wordt als je langer speelt. De egoïsten beïnvloeden de samenwerkers. Dat leidt tot oncoöperatief gedrag.’

Ook in de echte wereld liggen samenwerkers en freeloaders altijd in de clinch. De Freeloaders winnen vaak. ‘Beroemd voorbeeld in de literatuur is de tragedy of the commons. Dat is als er geen individuele eigendomsrechten op land zijn, zoals vaak in Afrika. Meerdere boeren maken daar gebruik van hetzelfde veld om hun koeien te laten grazen. Het probleem is dat hoe meer koeien er op grazen, hoe minder gras er op het veld staat. Maar als jij jouw koeien thuis laat, dan krijgt je geen beloning, want je freeloader buurman stuurt zijn vee wel de wei in. Het is dus altijd beter jouw koeien er ook te laten grazen, ook al krijgen ze te weinig voeding en zullen ze uiteindelijk sterven, net als de koeien van je buurman.’

Dichterbij huis ziet Riedl hetzelfde fenomeen bij de overbevissing van de Noordzee. ‘Typisch een probleem van oncoöperatief gedrag. Voor iedere individuele visser is het beter om naar zee te gaan en zo veel mogelijk kabeljauw te vissen, dan in de haven te blijven, dan verdien je immers niets. Maar als iedereen uitvaart, vis je de zee leeg.’
Waarom grijpen de samenwerkers niet de macht? Dan kunnen ze overbevissing voorkomen en toch hun beroep blijven uitoefenen. Riedl heeft goed nieuws: ‘Er zijn voorbeelden waar dat gebeurt. De kreeftenvissers in Maine in de VS, hebben een systeem om overbevissing te voorkomen, gebaseerd op straffen. Vissers krijgen een bepaalde plek en een bepaalde dag om te vissen. Als ze de regels overtreden, is er een intern strafsysteem dat regelt dat de boot van de overtreder wordt vernietigd. Je ziet zulke spontane instituten het gedrag van freeloaders aanpakken.’
Onderzoek in Oostenrijk met varianten op het prisoner’s dilemma opgetuigd met de mogelijkheid voor deelnemers om straffen uit te delen, lijken de waarnemingen uit Maine te staven. Zodra deelnemers elkaar een monetaire uitbrander mogen geven, is er veel meer samenwerking. Riedl merkt dat biologen buitengewoon geïnteresseerd zijn in dit soort economische proefnemingen. ‘In de natuur heb je geen overheid of andere regelgevers. Ook daar hebben freeloaders statistisch de meeste kans om te overleven. Niettemin zie je in de natuur samenwerking, dus biologen willen dolgraag weten hoe dat kan. De mogelijkheid om in een kolonie of een kudde straf te krijgen voor oncoöperatief gedrag heeft daar wellicht mee te maken. Maar wetenschappers moeten het verder onderzoeken.’

Foto: Poolie.

Prikkels

Egoïsten kunnen dus samenwerkers worden als de mogelijkheid maar bestaan om asociaal gedrag te straffen. Toch denkt Riedl niet dat samenwerking dwingend door bijvoorbeeld de overheid kan worden opgelegd. Wél kan de overheid de juiste omstandigheden scheppen. ‘Er ligt een taak van de overheid om het institutionele raamwerk zo in te richten dat mensen die van goede wil zijn, bepalen hoe de samenleving eruit ziet. Daar heb je wetten en prikkels voor nodig. Het probleem is dat egoïsten altijd egoïsten zullen zijn. Als jij het goede voorbeeld geeft, zullen zij je bij de eerste mogelijkheid uitbuiten, zolang ze niet een prikkel krijgen om het niet te doen.’
Vooral in situaties waar er geen centrale autoriteit is, komt dat laatste vaak voor, zegt Riedl. ‘Neem het broeikaseffect, een klassiek prisoner’s dilemma. Als de aarde opwarmt, dan wordt het klimaat voor alle staten slechter. Iedereen weet dat. De oplossing zou zijn dat iedereen minder CO2 uitstoot. Het probleem is alleen dat die oplossing leidt tot minder groei. Er is dus geen individuele prikkel voor een land om bij te dragen aan de reductie van CO2 en er is geen wereldregering die staten kan dwingen. Sterker nog, het gaat om abstracte zaken die misschien in de toekomst plaatsvinden, waardoor het egoïstisch gedrag wordt versterkt. Typisch een geval waar de freeloaders de hele situatie bepalen.’
Grote vraag is natuurlijk wie de samenwerkers zijn en wie de freeloaders. Met zijn Amsterdamse onderzoeksgegevens in de hand heeft Riedl meer opmerkelijke statistieken ontdekt. Rijken werken minder vaak samen dan modalen. Katholieken zijn coöperatief, protestanten minder. Academici werken meer samen, lager opgeleiden minder. Stedelingen zijn vaker freeloaders dan plattelanders. Mannen blijken in de experimenten van Riedl ‘opportunistischer’ dan vrouwen. Op de vraag of politieke denkbeelden nog een rol spelen in de tweedeling, heeft de Oostenrijker jammer genoeg geen antwoord, op zijn laatste test bleken vooral mensen met een linkse levensovertuiging te hebben gereageerd. Zij lieten een gemengd beeld zien.
Riedl benadrukt dat er vooral nog veel meer onderzoek nodig is om het naadje van de kous te weten over samenwerking. Een van de dingen die hij graag wil onderzoek is de invloed van uitsluiting op samenwerking. ‘Wat gebeurt er als je uit de groep wordt gezet als je je gedraagt als freeloader? In de praktijk werkt dat vaak tegen egoïstisch gedrag, toch willen we dat graag onder allerlei omstandigheden testen.’ En hij heeft nog een wens. ‘We willen vooral heel graag experimenten doen met veel mensen tegelijkertijd, maar dat is heel kostbaar. Interessant zou zijn om honderden mensen tegelijk te testen en te zien of de omvang van testgroepen van invloed is op de uitkomsten. Zijn mensen in kleinere groepen eerder geneigd tot samenwerking? We hebben nu groepen van maximaal achttien personen. Die hebben we bij vorige experimenten al 50.000 euro uit moeten betalen. We hebben dus financiële ondersteuning nodig voor een experiment op veel grotere schaal. Als iemand met ons wil samenwerken…’