Nieuws

Zwakke schakels doen het goed in estafette


Het is voor coaches altijd weer een groot probleem. Hoe bouw je een estafetteploeg op? Laat je je sterke atleten beginnen of juist eindigen? Wie moet er in de ploeg? Een factor om rekening mee te houden is het Köhler Effect. Dat stelt dat niemand de zwakste schakel wil zijn in een ploeg. Juist minder getalenteerde atleten zullen daarom nog een tandje bij zetten om een buitengewone prestatie neer te zetten. Niet zelden een persoonlijk record.

Uitzondering op de regel: sterke zwemmer Ranomi Kromowidjojo was ook de sterkste schakel in de Nederlandse estafetteploeg.

Dat het Köhler Effect bestond, was tot nu toe niet afdoende aangetoond. Maar een Amerikaanse studie komt nu een heel eind. In het vakblad Sport, Exercise, and Performance Psychology schrijven psychologen van de universiteit van Michigan hoe ze 68 zwemmers en 158 hardlopers bestudeerden tijdens wedstrijden. Ze kwamen er achter dat juist zwakke atleten in een team vaak de beste prestaties neerzetten. Vooral vrouwen lijken hun teamgenoten niet te willen teleurstellen.

Het effect is het sterkste in finales, als er medailles op het spel staan. Er is echter ook een keerzijde aan dit effect. Goede atleten gaan juist iets langzamer als ze in een estafetteploeg zitten, ontdekten de Amerikanen. Het scheelt maar een heel klein beetje, maar de sterren lijken hun prestatie iets af te zwakken om hun niveau niet te veel laten verschillen met de rest van het team.

En coaches? Volgens de onderzoekers doen die er goed aan bij ieder lid van een estafetteploeg te benadrukken dat ze belangrijk zijn. Vooral zwakkere atleten profiteren daarvan.

Follow Faqtman on Twitter