Nieuws

Zorgen supernova’s voor leven?


Waardoor stierven de dinosauriërs uit? In de loop der tijden zijn een hoop verklaringen aangedragen. De meeste wetenschappers zijn het er tegenwoordig over eens dat een inslag van een asteroïde de meest waarschijnlijke oorzaak is. Die zorgde er voor dat de aarde donker en koud werd, zodat deze reusachtige reptielen omkwamen.

Nu is er een Deense wetenschapper die twijfel zaait over deze en vele andere vaste wetenschappelijke waardes. Henrik Svensmark van het Deense instituut voor ruimte-onderzoek heeft een zeer omvangrijk artikel geschreven (bijna zo dik als een roman) waarin hij een theorie uit de doeken doet die zegt dat de dino’s omkwamen omdat er geen supernova’s in de buurt van aarde explodeerden.

Een supernova. Foto: Nasa.

Een supernova is een ster die explodeert aan het einde van zijn leven. Daarbij komt een gigantische hoeveelheid straling vrij, die met hoge snelheid het heelal in wordt geslingerd. Svensmark ontdekte dat iedere keer dat de aarde wordt geraakt door zulke straling, de biodiversiteit sterk toeneemt. Het omgekeerde is ook waar: als er een tijdje geen supernova’s in de buurt zijn – binnen 3000 lichtjaren van aarde – sterven vele dieren- en plantensoorten uit, inclusief de dinosauriërs.

Het artikel van Svensmark is zeer goed onderbouwd, hij gebruikt liefst dertig wiskundige vergelijkingen om zijn theorie kracht bij te zetten. Zijn grafieken van straling van supernova’s en biodiversiteit tonen een opmerkelijke correlatie. Het hart van de theorie is dat de straling van supernova’s zorgt voor grotere druppels in de atmosfeer. Die zorgen voor meer wolken en die laten op hun beurt de temperatuur op aarde een paar graden zakken en zorgen voor een vochtiger klimaat. Onder zulke omstandigheden neemt de biodiversiteit toe.

Een fossiel van een trilobiet. Ontstaan en uitsterven van deze diersoort hangt volgens het onderzoek nauw samen met kosmische straling. Foto: Moussa Direct Ltd.

Maar supernova’s zijn niet altijd gunstig voor de aarde. Ontvangt onze planeet te veel straling, dan daalt de temperatuur te hard, waardoor een ijstijd ontstaat en het leven juist lijdt.

Svensmark toont in zijn onderzoek ook aan dat kooldioxide afneemt als het leven toeneemt en omgekeerd. Broeikasgas kooldioxide zorgt niet voor leven, het wordt door leven juist gebruikt om te groeien. Daarmee zet hij en passant ook nog de huidige theorieën over de opwarming van de aarde op zijn kop. Er komt geen broeikasgas in de atmosfeer door de mens, maar omdat de biodiversiteit afneemt. En ja, dat kan door de mens komen.

Het zeer technische onderzoek is hier te lezen.