Zelfmoordrisico in bloed vrouwen te zien

pillen

Vrouwen die een hoger dan gemiddeld risico lopen om zelfmoord te plegen, hebben een tekort aan zeer specifiek eiwit in hun bloed. Door op dit eiwit te testen, kan een potentiële zelfdoding worden voorkomen. Tot die conclusie komen onderzoekers van de Amerikaanse Binghamton University. Ze deden de ontdekking als ‘bijvangst’ van een grote studie naar depressie onder kinderen.

In het kader van die studie werd aan de moeders van kinderen met en zonder depressie bloed afgenomen. Ook moesten de moeders aangeven of ze in het verleden een poging tot zelfdoding hebben ondernomen. De onderzoekers zagen daarop een sterke correlatie tussen vrouwen die hebben geprobeerd uit het leven te stappen en de verminderde aanwezigheid van het eiwit.

Het gaat om het eiwit brain-derived neurotrophic factor (BDNF), dat een rol speelt bij de aanleg van neurale paden in de hersens. Het vermoeden bestaat dat een verlaagd gehalte van dit eiwit een rol speelt bij depressie, vandaar dat het bij de moeders werd afgenomen. Maar dat het zo direct op de wens inspeelt om een einde te maken aan het leven verraste de onderzoekers.

Eerder werd al vastgesteld dat een verhoogd risico op zelfmoord is aan te tonen door de concentratie van zes andere stoffen in het bloed. Ook is een wens om een einde te maken aan het leven te zien op hersenscans. Door daar beter op te letten kan het miljoen (of meer) zelfmoorden wereldwijd jaarlijks worden teruggebracht. Door ook op deze nieuwe onbalans in de bloedwaardes te letten, kan dat risico wellicht nog verder omlaag.

Opmerkelijk is dat de concentratie BDNF zelfs jaren na een zelfmoordpoging nog abnormaal is. Gemiddeld hadden de moeders 13 jaar daarvoor een poging ondernomen, maar was in hun bloedbeeld nog steeds te zien dat ze ooit de gedachte hadden. Dat betekent dat met de onbalans te leven is; er is dus hoop voor mensen die nu denken aan een poging om uit het leven te stappen.