Nieuws

Worden we nog wel slimmer?


In 1984 ontdekte de politicoloog en psycholoog James Flynn dat de bevolking van de VS in de honderd jaar daarvoor steeds slimmer was geworden. In de Verenigde Staten wordt veel waarde gehecht aan IQ-tests, dus Flynn kon grote hoeveelheden van die tests naast elkaar leggen en zien dat er per tien jaar gemiddeld 3 IQ-punten bij waren gekomen. Dat werd het Flynn-effect genoemd.

Is dat een typisch Amerikaans fenomeen? Nee, zeggen twee psychologen van de universiteit Wenen. Zij analyseerden de IQ-tests van 4 miljoen mensen uit 31 landen rond de wereld tussen 1909 en 2013 en vonden overal hetzelfde patroon: we zijn in de loop der tijden behoorlijk wat slimmer geworden. Per jaar komt er een vijfde tot een kwart punt bij.

De oorzaak van deze stijging zit vooral in de betere voeding en verzorging die kinderen krijgen, zo zeggen de Weense onderzoekers. Daardoor kunnen de hersens zich beter ontwikkelen. Het gevolg is een groter vermogen tot logisch redeneren en verbeterd ruimtelijk inzicht.

De grootste stijging was in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag de stijging bijna stil, om in de jaren vijftig en zestig verder te gaan. De laatste jaren neemt de stijging echter af. We worden per jaar nog maar een heel klein beetje slimmer.

In Denemarken en Finland is de gemiddelde IQ-score de afgelopen jaren zelfs iets afgenomen, zo ontdekten de Oostenrijkers. Het Flynn-effect lijkt uitgewerkt. Waarom, dat is nog niet helemaal duidelijk, wellicht dat we gewend zijn geraakt aan onze goede voeding, zo schrijven ze in het vakblad Perspectives on Psychological Science.