WK zorgt voor jongetjes


Zuid Afrika

Nederland werd bijna wereldkampioen, de vuvuzela lag bij Blokker. En, gek genoeg, 9 maanden na het WK in Zuid-Afrika in 2010 werden meer jongetjes geboren. Dat schrijven onderzoekers van de universiteit van Witwatersrand (Zuid-Afrika) in het tijdschrift Early Human Development. Zij ontdekten dat 50,6 procent van de baby’s geboren in februari en maart 2011, negen maanden na het WK, jongetjes waren. In vergelijking met een langjarig gemiddelde van 50,3 procent.

Dat lijkt niet veel, maar voor demografen (bevolkingsonderzoekers) is het een belangrijk verschil. Het gaat concreet om 1100 jongetjes die extra werden geboren in de periode van twee maanden. Onder normale omstandigheden worden er altijd meer jongetjes geboren, 105 voor iedere 100 meisjes. Dat is evolutionair zo gegroeid om te compenseren voor het grotere aantal jongetjes dat tijdens de kindertijd sterft.

In moeilijke tijden – hongersnood, oorlog – gaat het aantal jongetjes juist naar beneden, waarschijnlijk om de groei op lange termijn veilig te stellen. Maar in goede tijden hebben mensen meer seks en daar komen vaker jongetjes van. Zoals in dit geval in Zuid-Afrika, waar het WK zorgde voor een geweldige sfeer in het land.

Na de aardbeving in het Japanse Kobe in 1995, werden juist veel minder jongetjes geboren, blijkt uit een eerdere studie. De stress zorgde voor meer meisjes.