Oudste wiet-rokers gevonden op Chinese begraafplaats


Wereldwijd roken meer dan 150 miljoen mensen regelmatig wiet. Maar waar en wanneer mensen daarmee begonnen zijn, is een vraag waar de wetenschap nog geen duidelijk antwoord op had. Een team van archeologen heeft nu echter duidelijk bewijs gevonden dat rouwenden op een afgelegen bergplateau in Centraal-Azië 2.500 jaar geleden al cannabis verbranden.

De onderzoekers maakten gebruikt van technieken die hen in staat stellen de chemische samenstelling van de plant vast te stellen. Ze gebruiken die kennis om na te gaan hoe cannabis zich verspreidde via de Zijderoute, op weg naar de wereldwijde populariteit van vandaag.

Cannabis, ook wel bekend als hennep en marihuana, zou 28 miljoen jaar geleden geëvolueerd zijn op het oostelijke Tibetaans Plateau. Dat bleek al uit eerder onderzoek naar pollen. De plant groeit daar nog steeds in het wild. Meer dan vierduizend jaar geleden begonnen Chinese boeren het te verbouwen voor olie en de vezels, waar ze touw, kleding en papier van maakten.

Maar wanneer mensen hennep begonnen te waarderen om de bedwelmende rook, dat bleek lastig. Archeologen hadden al wel rituele cannabisverbrandingen aangetroffen van vijfduizend jaar geleden, maar nieuwe analyses van die plantenresten laten zien dat de THC-waarde in die planten heel laag was. Van die rook had dus niemand echt high kunnen worden. Eén onderzoeker meldde dat hij en collega’s hadden geprobeerd de wilde plant te roken en eten, maar dat ze daar niks geks door hadden gevoeld.

De wiet die 2.500 jaar geleden werd verbrand op de Jirzankal-begraafplaats, drieduizend meter hoogte in het Pamirgebergte, bleek heel ander spul. De houten bakjes die werden gebruikt om bladeren in te verbranden werden gevonden in tombes voor de elite. De archeologen verpulverden de bakjes en konden met gaschromatografie vaststellen dat er ongebruikelijk hoge THC-waarden in zaten, tenminste in vergelijking met de wilde cannabisplanten. De cannabis werd blijkbaar verbrand in gesloten ruimtes, zodat de rouwenden op de begraafplaats vrijwel zeker de THC inhaleerden. Daarmee is dit het eerste directe bewijs dat cannabis werd gebruikt voor geestverruimende doeleinden.

Toch zijn nog niet alle wetenschappers overtuigd. Het zou namelijk ook nog zo kunnen zijn dat de geurende rook bedoeld zou zijn om de geur van een rottend lijk wat te verbloemen.