Wie laten we aanrijden: oma of kleinkind?


ongeluk aanrijden

Een Nederlandse stad, rond 2035. Een zelfrijdende auto – andere exemplaren zie je steeds minder – gaat met tachtig per uur over de provinciale weg. Ineens steekt er een man in een bontjas over. De auto kan naar rechts uitwijken, het fietspad op. Maar daar fietsen drie scholieren. Of naar links, naar de middenberm, waar een vrouw met boodschappentas op het stoplicht staat te wachten. Met deze snelheid overleeft niemand het aanrijden.

Wat moet de auto doen? Wetenschappers van de Amerikaanse technische universiteit MIT houden zich daar mee bezig. Ze gaven mensen rond de wereld dilemma’s als hierboven op. Het verrassende antwoord is dat het er aan ligt waar de auto rijdt.

In Zuid-Amerika redden mensen opvallend vaak vrouwen en kinderen. Als ze daar een zelfrijdende auto moeten programmeren, dan heeft die een voorkeur om in het verhaaltje hierboven de man omver te kegelen. In Afrika en andere werelddelen met grote verschillen tussen arm en rijk wordt de man juist gespaard, vanwege zijn bontjas. Daarmee geeft hij aan een hoge maatschappelijke positie te bekleden. Die moeten worden gered, vinden mensen daar.

Er zijn ook overeenkomsten tussen de volkeren van de wereld. We rijden allemaal liever oma aan dan haar kleinkind. Zij heeft al een heel leven gehad, het kind nog niet. Is er een dier in het spel, dan gaat die onder de wielen, terwijl de zelfrijdende auto de eigenaar van het beest mist. Dieren zijn minder waard dan mensen, zo is de algemene mening.

Het is lastig om dergelijk zaken allemaal in een computer te programmeren. Veel van de voorkeuren zijn ook verboden. Een arme persoon aanrijden om een rijke te sparen is in veel landen ongrondwettelijk. Het maakt het lastig om überhaupt ooit tot een autonome auto te komen, want een dergelijk scenario gaat zich ooit afspelen. Willen we wel een auto met geweten?