Wetenschap: chemtrails onzin


witte strepen

Wetenschappers moeten alles onderzoeken, zelfs zaken waarvan allang vast lijkt te staan hoe de vork in de steel zit. Vier Amerikaanse wetenschappers, verbonden aan gerenommeerde universiteiten, hebben daarom uitgezocht hoe het zit met chemtrails, de samenzweringtheorie dat via verkeersvliegtuigen chemicaliën in de atmosfeer worden gesproeid. Waar of niet waar?

Ze vroegen het 77 wetenschappers die zich met de atmosfeer bezig houden. Opnieuw, hooggeleerde figuren van gerenommeerde universiteiten en onderzoeksinstituten. Daarvan zeiden 76 dat chemtrails absolute onzin zijn. Nooit hebben ze enig bewijs gevonden dat er met chemicaliën wordt gesproeid.

Waarom zouden overheden dat ook doen? Op 10 kilometer hoogte sproeien is een zeer onnauwkeurige en weinig efficiënte manier om een stof toe te dienen aan de bevolking. Ieder van de 76 is overtuigd dat de witte strepen achter vliegtuigen weinig meer zijn dan water in de uitlaatgassen dat in de koude lucht bevriest.

Maar de mensen die geloven in een grootschalig programma van sprayen, zullen zich vastklampen aan onderzoeker 77, de enige die de theorie van chemtrails niet onmiddellijk verwees naar het rijk der fabelen. Ze heeft in gebieden met weinig barium in de grond soms hogere concentraties van barium in de atmosfeer waargenomen. Het is puur theoretisch mogelijk dat die door vliegtuigen daar is gekomen. Enige bewijs daarvoor had ze niet, het is echter een hoeksteen van de wetenschap om geen enkele verklaring op voorhand te verwerpen.

Gaat dit de gelovers in chemtrails overtuigen? Waarschijnlijk niet. Volgens een recent onderzoek gelooft 17 procent van de Amerikanen dat ze worden besproeid door de overheid of de VN. De bewijzen daarvoor zijn flinterdun, maar toch is dit getal onveranderd hoog. Psychologen die de hardnekkigheid van dit soort samenzweringstheorieën hebben onderzocht, concluderen dat het een zeer lichte vorm van paranoia of schizofrenie is.

Samenzweringstheorieën horen bij het wereldbeeld van sommige mensen, het idee dat er krachten aan het werk zijn die we niet kunnen waarnemen. Ook wordt het gezien als een bijproduct van apofenie, de menselijke zucht om patronen te zien in chaos, zelfs als die patronen er niet zijn.

(Environmental Research Letters)