Nieuws

Werkt een ‘miljonairsbelasting’?


In Frankrijk is een nieuwe belasting geïntroduceerd die mensen met een inkomen boven 1 miljoen euro met 75 procent gaat belasten. Van dat miljoen mag je dus 7,5 ton weer inleveren. Het lijkt een sympathiek plan om alle graaiers aan te pakken. Maar werkt het ook?

Wetenschappelijk onderzoek lijkt het tegendeel te bewijzen. In de jaren tachtig bedachten economen in de VS een term om de optimale belastingdruk vast te stellen: de revenue optimizing tax rate. Aan de hand van statistieken kwamen ze er namelijk achter dat sommige belastingverhogingen leidden tot verminderde inkomsten voor de staat. Het omgekeerde gebeurde ook: verlaagde belastingen brachten meer geld in het laatje.

De reden daarvoor is niet zo gek. Als de belastingen omhoog gaan, wordt het voor meer mensen de moeite waard om allerlei fiscale trucs uit te gaan halen. Ze laten hun inkomen bijvoorbeeld gedeeltelijk in aandelenopties betalen. Of ze sluizen een deel van hun vermogen naar het buitenland.

Bij welk percentage komt er zo veel mogelijk geld binnen? Die vraag is moeilijk te beantwoorden, aangezien belastingen een complex systeem zijn. De Amerikaanse econoom Lawrence Lindsey becijferde in de jaren tachtig dat het toptarief (dus voor de rijkste Amerikanen) rond de 43 procent zou moeten liggen. Hij berekende echter ook dat belastingen voor minder rijke mensen niet proportioneel zouden moeten dalen. Daarmee zouden de inkomsten voor de staat juist dalen.

Nobelprijswinnaar Peter Diamond publiceerde in 2011 een paper waarin hij schreef dat de toptarieven juist omhoog kunnen. Volgens zijn berekeningen is 73 procent het tarief dat het meeste geld oplevert voor de staat. Veel andere economen hadden kritiek op deze theorie. Volgens hen vergeet Diamond dat een hoge belasting op korte termijn inderdaad de inkomsten van de staat verhoogt, maar dat mensen in de jaren daarna hun maatregelen nemen.

Bovendien wijst ander economisch onderzoek uit dat hogere belastingen vaak verminderde economische groei betekent. Je harkt meer geld per belastingbetaler binnen, maar je vermindert daardoor op lange termijn de inkomsten van de overheid.