Wereld minder hongerig


tarwe

    Het gaat goed met de voedselvoorziening in de wereld. Steeds minder mensen gaan ’s avonds met een knorrende maag naar bed. Dat is de conclusie van het Amerikaanse ministerie van Landbouw, na een wereldwijde inventarisatie. Dalende voedselprijzen en hogere inkomen zorgen ervoor dat steeds meer mensen een behoorlijk bord eten kunnen kopen voor zichzelf en hun kinderen.

    Op dit moment komt 17 procent van de wereldbevolking niet aan 2100 calorieën, door de VN vastgesteld als voldoende eten. Binnen tien jaar kan dat percentage omlaag naar 6, een van de grootste dalingen ooit. Dat wil zeggen, als de huidige trends zich doorzetten. Oorlog, epidemieën en economische malaise kunnen roet in het eten gooien.

    Het doel van de VN is om honger binnen één generatie uit te roeien. Zoals het er naar uitziet, kan dat gaan lukken. Belangrijke voedselbronnen, zoals mais, tarwe en rijst dalen al een tijd sterk in prijs. Per jaar gaat er tussen 0,3 en 1,3 procent van de prijs af. Tegelijk nemen wereldwijd de inkomsten toe. Dat is een mes dat aan twee kanten snijdt; heel snel komen voor grote groepen mensen voldoende calorieën beschikbaar.

    De sterkste verbetering is te zien in Azië, waar India de grootste sprong voorwaarts vertoont. Daar krijgen mensen er jaarlijks 7 procent inkomen bij. Dat zorgt voor een steeds stabielere voedselsituatie. Afrika gaat het meest langzaam, maar ook daar zijn steeds minder mensen die honger lijden. Toch wordt nog steeds de helft van alle honger op dat continent geleden.

    Volgens de Amerikanen zorgt beter eten voor gezondere en slimmere mensen, die de economische ontwikkeling nog verder zullen versnellen. Dat kan weer zorgen voor een nog snellere ontwikkeling en daarmee nog minder honger.