Nieuws

Wat is een peiling waard?


We worden er deze dagen mee doodgegooid: peilingen. De Partij van de Arbeid stijgt, de SP daalt virtueel. Maar wat zijn deze peilingen waard?

Als je de geschiedenis bekijkt, dan is het antwoord dat peilingen slechts een zeer beperkte voorspellende waarde hebben. Het beste voorbeeld is 1986. Bij die verkiezing voorspelden peilers dat de PvdA de grootste partij zou worden, maar uiteindelijk won Ruud Lubbers met zijn CDA.

Het enige dat telt: de echte verkiezingen en de formatie daarna.

Het grote probleem bij een peiling is dat je een kleine groep mensen ondervraagt over wat ze zouden stemmen als er nu verkiezingen zouden zijn. Het is bijna onmogelijk om een groep te vinden die precies de gehele bevolking vertegenwoordigt. Mensen die willen meedoen met een peiling zijn namelijk per definitie niet representatief voor het hele volk, de zogenoemde aselecte afwijking. Uit onderzoek blijkt dat vooral ouderen oververtegenwoordigd zijn in steekproeven. Zij praten sneller met peilers.

Iedere peiling heeft daardoor een foutmarge, de mate waarin de gepeilde groep afwijkt van de gehele bevolking. Aan de meeste Nederlandse peilingen doen maar 1000 tot 4000 personen mee, op een groep kiesgerechtigden van ongeveer 12 miljoen. Om een representatief beeld te krijgen zou een peiler rond de 10.000 mensen interviewen, blijkt uit onderzoek. Maar dat is natuurlijk te duur. Door een te kleine steekproef te nemen, bedraagt de foutmarge vaak tussen de drie en vier zetels van het aangegeven aantal. Een partij die op 30 zetels staat, kan er dus ook 34 of 26 krijgen.

Een groot probleem voor peilers is dat mensen bovendien niet eerlijk zijn. Ze geven vaak aan linkser te zijn dan werkelijk het geval is. Dit fenomeen werd in de jaren negentig ontdekt in Groot Brittannië, waar mensen niet vertelden dat ze Conservatieven (‘Torries’) stemden. Dit effect staat sindsdien bekend als het shy Torry effect. In Nederland lijkt vooral de PVV daar last van te hebben.

Alsof dat allemaal nog niet erg genoeg is, bestaat er bewijs dat peilingen de daadwerkelijke verkiezingen beïnvloeden. Mensen hebben een grotere neiging op een winnaar te gaan stemmen, het bandwagon effect. Een onderzoek uit 2000 toonde dit effect duidelijk aan in Canadese verkiezingen. Vandaar dat het in sommige landen verboden is om peilingen te publiceren in de laatste weken rond verkiezingen.

Follow Faqtman on Twitter