Nieuws

Wadvogels ontwijken roofvogel op verschillende manieren


Wadvogels gebruiken verschillende methodes om aan roofvogels te ontkomen. De steenloper kweekt grote borstspieren. De kanoetstrandloper blijft juist licht en wendbaar.

Vliegtuigontwerpers letten erg op de zogeheten vleugelbelasting: hoe hoger deze is, hoe beroerder de prestaties van het vliegtuig. Om de vleugelbelasting te verlagen zijn twee manieren. Ofwel het gewicht van het toestel verminderen, ofwel de motorkracht verhogen.

Ook vogels hebben te maken met de aerodynamische wetten van vleugelbelasting. Biologen verwachten dan ook dat vogels dezelfde trucs toepassen om de vleugelbelasting omlaag te krijgen: de borstspieren vergroten om de vliegkracht op te krikken, of het lichaamsgewicht omlaag brengen.

De Nederlandse onderzoeker Piet van den Hout bestudeerde voor zijn promotie aan de Rijksuniversiteit Groningen (17 december 2010) steenlopers en kanoetstrandlopers, twee algemene ´steltlopers´ van het Waddengebied, en een roofvogel die het op ze gemunt heeft, de sperwer. Van steltlopers is intussen bekend dat zij voorafgaand aan de trek zich lichter maken voor de lange uitputtende vliegtocht, door hun darmen te laten krimpen.

steenloper

Van den Hout vroeg zich af of zijn steltlopers ook zulke aanpassingen kennen om aan roofvogels te ontsnappen. Dat bleek het geval, en ook op de manier die de onderzoeker voorspelde. Van Hout liet modellen van sperwers over proefvogels ´vliegen´ terwijl er angstkreten van de steltlopers werden afgespeeld. Na enige tijd van deze behandeling bleken steenlopers grotere borstspieren te hebben ontwikkeld – overigens zonder training. De kanoetstrandlopers waren lichter geworden.

Dat paste bij het gegeven dat kanoetstrandlopers zich ver uit de kant ophouden en in grote groepen. Die zien de roofvogel aankomen en moeten het hebben van wendbaarheid om synchroon zwenkend in de groep het gevaar te ontlopen. Steenlopers zitten graag dichtbij de kust en worden gemakkelijk verrast door de roofvogel, waardoor ze meer baat hebben bij snel flink snelheid kunnen maken.

Foto: Rijksuniversiteit Groningen.