Nieuws

Waarom supervulkanen uitbarsten


Het is gelukkig een zeldzame gebeurtenis: het uitbarsten van een supervulkaan. De laatste keer dat zoiets gebeurde is minstens 10.000 jaar geleden. Maar àls een supervulkaan klapt, dan is het een desastreuze gebeurtenis, zeker als het in de buurt van bewoonde gebieden gebeurt. Daarom is het goed dat we deze uitzonderlijk grote vulkaanuitbarstingen beter begrijpen.

Daarbij is een grote stap voorwaarts gezet, dankzij onderzoek van de European Synchrotron Radiation Facility in Grenoble (Frankrijk). Dit instituut heeft met röntgenstraling de magmakamers van voormalige supervulkanen bestudeerd. Daaruit blijkt dat er voor een supervulkaan twee soorten magma nodig zijn, een dikke en een dunne soort.

Dik magma is zwaar en zit meestal als een soort kurk op een fles. De dunne magma daaronder is licht en wil dus naar boven, zoals een voetbal die je onder water drukt in het zwembad. Deze bel van lichte magma breekt met zeer veel kracht door de dikke magma heen en zorgt voor een gigantische eruptie van beide types magma.

Supervulkanen laten geen berg achter, zoals gewone vulkanen, maar een gat in de grond. Bekende voorbeelden zijn het Toba-meer in Indonesië, de Yellowstone caldera in de Verenigde Staten en het Taupo-meer in Nieuw-Zeeland (foto). Geologen vrezen dat zich een nieuwe supervulkaan zou kunnen ontwikkelen in Yellowstone, maar ook onder de Italiaanse stad Napels.

Zou een dergelijke vulkaan uitbarsten, dan is de schade niet te overzien. Niet alleen zullen duizenden mensen direct sterven, de as die door een dergelijke vulkaan wordt uitgestoten verandert het klimaat. Er zou dan een nieuwe ijstijd aan kunnen breken.