Nieuws

Waarom sommigen spoken zien


Spoken zijn een interessant fenomeen. Nogal wat mensen beweren dat ze spoken hebben gezien of ‘gevoeld’, maar nog nooit is wetenschappelijk vastgesteld dat ze bestaan, hoeveel programma’s Discovery ook uitzendt die het tegendeel lijken te beweren. Uit eerder onderzoek is vast komen te staan dat vooral mensen met psychische, neurologische of psychiatrische aandoeningen gevoelig lijken voor spoken.

Maar hoe werkt het ‘voelen’ van spoken dan? Om dat te onderzoeken heeft de École Polytechnique Fédérale de Lausanne (Zwitserland) een interessant experiment gedaan.

Proefpersonen werden tussen twee robots geplaatst. Die voor ze had een gat in zijn rug. De proefpersonen moesten daar hun hand insteken en die hand vervolgens bewegen. Uit de robot achter ze stak een kunstmatige hand, die de bewegingen in de voorste robot exact nadeed. Het voelde voor de proefpersonen dus alsof ze over hun eigen rug aaiden.

Toen werd er een kleine vertraging ingevoerd in de beweging van de echte en de kunsthand. De proefpersonen rapporteerden dat ze het gevoel kregen dat er iemand achter ze stond. Sommigen voelden spoken in de kamer, soms wel vier. Terwijl ze wisten hoe het experiment in elkaar zat, terwijl ze achteruit konden kijken en de robothand konden zien.

Op die manier hebben wetenschappers voor het eerst het ‘spook-gevoel’ kunstmatig op kunnen wekken. Met deze data werden de hersens van twaalf personen gescand die aangaven dat ze ook in het gewone leven wel eens een spook voelden. Bijna al deze mensen hadden een neurologische aandoening, hoofdzakelijk epilepsie. Deze personen vertoonden allemaal schade in de hersengebieden die beweging, bewustzijn en ruimtelijk inzicht coördineren.

Beide experimenten tonen aan dat spoken in je hoofd zitten, aldus de onderzoekers. Waarschijnlijk zijn ze het gevolg van een beschadiging van bepaalde hersendelen en wordt het gevoel opgeroepen door een onverwachte beweging. Niet iets om je voor te schamen, het onderzoek toont aan dat veel mensen er gevoelig voor zijn. De resultaten van het onderzoek zijn na te lezen in Current Biology.