Waarom linkse politici moeilijker praten


Linkse politici praten moeilijker

Oorspronkelijk is links een emancipatiebeweging van het gewone volk. Je zou dus verwachten dat linkse politici eenvoudige toespraken houden. Maar nee, ze praten moeilijker, met ingewikkelde zinnen en woorden die sommige mensen niet begrijpen. Conservatief en het midden communiceren vaak wel helder en in duidelijke zinnen.

Tot die conclusie komen onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit na het analyseren van ruim 381.609 speeches van politici uit verschillende Europese landen en de VS tussen 1946 en 2017. Ze keken daarbij vooral naar de ‘culturele’ politieke richting van een politicus of partij. D66 geldt dus als links, hoewel ze een rechtse economische agenda hebben.

Politici in het algemeen zijn in de loop der tijden eenvoudiger gaan praten, omdat ze een steeds bredere doelgroep aan zijn gaan spreken. In tijden van crisis gaat de complexiteit van toespraken omlaag, als een oppositiepoliticus aan de macht komt, gaat de moeilijkheidsgraad van zijn of haar taal juist sterk omhoog.

Hoe komt dat? Uit andere onderzoeken blijkt dat links-liberale mensen vaak een meer open persoonlijkheid hebben en niet bang zijn voor nieuwe ervaringen; conservatieve mensen zijn preciezer en meer gewetensvol. Dat uit zich ook in taal. Links praat liever in mogelijkheden en gebruikt daarvoor meer moeilijke constructies met woorden als ‘zou’.

Conservatieven gebruiken meer zelfstandige naamwoorden en minder bijvoeglijke naamwoorden om zekerheid in hun zinnen te bouwen. Ze hebben een voorkeur voor duidelijkheid boven dromerige vergezichten. Dat levert eenvoudigere taal op.

(PlosOne)