Nieuws

Waarom krabben niet helpt


Het is een bekend verschijnsel. Je hebt jeuk. Je krabt. Dat werkt. De jeuk komt erger terug. Je krabt nog eens. Dat werkt opnieuw. De jeuk komt erger terug.

Gek kun je er van worden, vooral onder het gips dat gebroken benen bedekt en bij insectenbeten. Maar het was tot nu toe een raadsel waarom de jeuk vaak erger terugkomt. Wetenschappers weten al wél een tijdje waarom krabben helpt. Je stuurt daarmee pijnsignalen door de zenuwen die eerst het jeuksignaal naar de hersens verzonden. Aangezien een zenuw maar één signaal per keer kan zenden, voelt dat als verlichting.

Nu is door onderzoekers van de Washington University School of Medicine in de VS ontdekt dat de hersens op deze prikkel reageren door serotonine aan te maken, een natuurlijke pijnstiller. Maar die stof heeft een vervelende bijwerking: het speelt ook een belangrijke rol bij jeuk.

Om deze ontdekking te testen, werd gebruik gemaakt van muizen die genetisch waren gemanipuleerd om geen serotonine aan te maken. De beestjes werden vervolgens ingespoten met een stof die een jeukende huid veroorzaakt. De muizen vertoonden geen verschijnselen. Tot ze ook met serotonine werden ingespoten, toen begonnen ze zich wild te krabben.

Er zijn middelen waarmee serotonine kan worden gestopt. Handig als anti-jeuk middel? Nee, want serotonine helpt ook de menselijke stemmingen te controleren. Zonder de stof heb je misschien geen jeuk, maar word je wel depressief, zo schrijven de onderzoekers in het vakblad Neuron.