Waarom klinkers in je hoofd een kleur hebben


klinkers en kleuren

Klinkt de klinker ‘a’ meer groen of rood? En is ‘ie’ licht- of donkergekleurd? Hoewel we geluid en kleur ervaren met verschillende zintuigen, heeft vrijwel iedereen wel een idee over welke klinkers en kleuren bij elkaar passen. En een groot deel van ons heeft daar ook nog een logica in. Dat blijkt uit onderzoek van taalwetenschappers van de Radboud Universiteit.

Voor de schrijver Vladimir Nabokov had ‘aa’ de kleur van gepolijst ebbenhout en was de ‘ie’ mooi geel. Nabokov had synesthesie: zijn zintuiglijke waarnemingen vloeiden in elkaar over. Dit betekende in zijn geval dat hij kleuren bij klinkers zag. Maar er zijn vele vormen van synesthesie mogelijk. Slechts 1 op de 25 mensen is synestheet, maar het nieuwe onderzoek laat nu zien dat bepaalde intuïties over ‘klankkleur’ veel breder gedeeld zijn.

Voor het onderzoek deden meer dan duizend mensen mee aan een online test waarin ze kleuren kozen voor zestien gesproken klinkers. Een grote meerderheid vond een klank als ‘a’ meer rood dan groen, en ‘ie’ meer licht dan donker, of ze nu synestheet waren of niet. ‘Er blijkt een logica te zitten in hoe we klank aan kleur koppelen, en de structuur van onze taal speelt daarin een belangrijke rol’, aldus Mark Dingemanse, één van de betrokken onderzoekers.

Zestien klinkers, dat lijken er veel. Maar dat zit zo. Als je ‘aa’ zegt, vandaar door beweegt naar ‘oe’ en dan naar ‘ie’ heb je, dan heb je, zoals Dingemanse zegt, ‘qua klank de drie buitenhoeken aangetikt van wat taalwetenschappers de klinkerruimte noemen. De 16 klanken uit ons onderzoek waren mooi verspreid in die klinkerruimte.’

Uit eerder onderzoek bleek dat de toonhoogte van geluiden ook samenhangt met de gekozen kleur (hoe hoger hoe lichter). Maar de nieuwe studie laat zien dat de kleurassociaties in belangrijker mate gestuurd worden door het klinkersysteem van een taal. Zo zagen veel deelnemers klanken in de buurt van de Nederlandse klinker ‘ie’ als lichtgroen, terwijl naburige klanken richting de klinker ‘ee’ een andere kleur kregen. De associaties voegen zich naar hoe onze taal de klinkerruimte opdeelt.

Als kleurassociaties puur afhingen van akoestische factoren zouden de kleuren netjes geleidelijk in elkaar overvloeien als in een regenboog. In plaats daarvan zien we dat klanken gegroepeerd worden aan de hand van hoe onze taal de klinkerruimte opdeelt: een handvol blauwe en dan ineens naar rood, in plaats van een schakering blauw-paars-rood. De klanken gaan als het ware eerst door de sorteermachine van onze taal voordat we er kleuren aan verbinden, zelfs bij synestheten, voor wie dit soort associaties volautomatisch zijn.