Waarom je nooit je scheten moet ophouden – je ademt ze uit


scheten laten scheten ophouden

Je bent met collega’s aan het overleggen. Hoe gaat het met de implementatie van de nieuwe software? Ineens voel je aandrang. Hoe lekker zou het zijn om er eentje te laten vliegen? Maar je weet dat je scheten stinken en deze gaat vrijwel zeker kabaal maken. Dus besluit je hem op te houden.

Volgens experts op dit gebied – ja die heb je – van de Australische University of Newcastle is dat een slecht idee om twee redenen. Ten eerste blijkt uit hun onderzoek dat ophouden nooit echt lukt. In plaats van twee kleine scheten krijg je uiteindelijk één grote, want waar de eerste vandaan komt, zit meestal nog een gasophoping. Of meer.

De tweede reden is dat sommige gassen uit je scheet tijdens het ophouden weer worden opgenomen door de darmen en zo in de bloedcirculatie belanden. Om via je bloedbanen op een andere plek terecht te komen: je longen. Daar komen de gassen weer uit het bloed in de lucht. Je ademt ze via je mond uit. De scheet die je niet wilde laten, komt zo alsnog naar buiten.

De Australische schetenonderzoekers weten ook nog te melden dat de gemiddelde persoon acht keer in een etmaal een wind laat. Die bestaat voor een groot deel uit lucht, dat we tijdens het eten binnenkrijgen. Die vieze lucht zijn zwavelverbindingen, geproduceerd door je darmflora. Hoe meer je hebt gegeten, hoe meer gassen je microben produceren. Wat je eet en in welke volgorde, heeft ook invloed op het aroma.