Nieuws

Waarom insecten klein zijn (gelukkig)


De avond valt. Een mugje ter grootte van een merel komt voorbij gefladderd. Bij de straatlantaarn krioelt het van de motten, met vleugels de omvang van pizzadozen.

Zo hadden insecten er uit kunnen zien, als ze 150 miljoen jaar geleden niet waren gekrompen tot de onschuldige diertjes die we nu vooral in de zomer tegenkomen. De krimp van insecten is altijd een beetje een mysterie geweest. Waarom werden deze beesten ineens kleiner, terwijl andere soorten juist in omvang toenamen? De gangbare theorie is tot nu toe dat insecten moeilijker konden ademen toen de lucht op aarde wat dunner werd.

Insectenfossiel in barnsteen. Foto: © Anders L. Damgaard, www.amber-inclusions.dk

Die theorie klopt, zeggen onderzoekers van de University of California in Santa Cruz (VS). Ze onderzochten 10.500 fossielen van insecten uit de laatste 320 miljoen jaar. Insecten ademen door hun tracheeën, harde buisjes in hun lichaam. Die zijn beperkt in de zuurstof die ze op kunnen nemen. De afname van zuurstof op aarde gaat dan ook samen met een afname van de omvang van insecten.

Maar er is meer aan de hand, ontdekten zij. Ook toen het zuurstofgehalte op aarde zich stabiliseerde, bleven insecten krimpen, met een spurt tussen 90 en 65 miljoen jaar geleden. De reden daarvoor zijn vogels, zo denken ze. Zo’n 150 miljoen jaar geleden begonnen vogels aan een opmars rond de wereld. Reusachtige insecten waren het perfecte voer voor de vogels, ze waren groot, langzaam en er zat lekker veel vlees aan.

Dus stierven grote insecten uit en bleven alleen de kleinere soorten leven, zo schrijven ze in het vakblad Proceedings. Vogels eten die natuurlijk ook, maar er blijven genoeg leven om zich voort te kunnen planten. En daardoor komen wij geen libelles tegen met een spanwijdte van bijna een meter.

Follow Faqtman on Twitter