Waarom één stad bijna geen Corona kreeg


Ischgl

Terwijl heel Europa zuchtte onder Corona, bleef één stad dapper weerstand bieden. Ischgl in Tirol leek wel immuun voor de ziekte. Waarom? Dat proberen wetenschappers nu uit te zoeken. Niet dat de mensen daar de ziekte niet onder de leden hadden, bij 42 procent van de bevolking zijn antilichamen aangetroffen. Veel wintersporters die Ischgl bezochten, werden wel ziek.

Vrijwel niemand van de bevolking had echter klachten. Er zijn maar een handvol ziekenhuisopnames en een enkele dode. Dat betekent dat ze het virus kregen en afslagen. Onderzoekers van de Medizinische Universität Innsbruck willen graag weten hoe dat kan. Ze zijn met een grootschalig onderzoek bezig onder de bevolking.

Aanvankelijk was de theorie dat de mensen uit Ischgl veel vitamine D aanmaken. Ze wonen in een gebied waar de zon veel schijnt, noodzakelijk voor de productie van vitamine D, dat een rol speelt bij de afweer tegen Corona. Of zou het de hoogte kunnen zijn? Andere studies wijzen uit dat ijlere lucht de overdracht van het virus bemoeilijkt. Maar waarom hadden de inwoners dan wel antilichamen in hun lijf?

Het onderzoek richt zich daarom nu op de genetische opbouw van de Ischglers. Het vermoeden bestaat dat de zeer honkvaste bewoners zijn geëvolueerd om te leven op hoogte. Daardoor zouden met name hun longen sterker zijn. Die zijn aangepast op de dunne lucht. Zo zou het virus veel minder kans krijgen om zich te nestelen.

Met het onderzoek hopen de Oostenrijkers de ontwikkeling van medicijnen te kunnen versnellen.