Nieuws

Waar is ons ruimteafval?


Er is een nieuw initiatief om wat tegen het lastige fenomeen ruimteafval te doen. Het Deutsches Zentrum für Luft- und Raumfahrt (DLR) in Stuttgart gaat met een laser rondvliegende afvaldeeltjes bestralen om zo hun baan nauwkeuriger te kunnen vaststellen.

Er zweven rond de 19.000 door mensen geproduceerde deeltjes in een baan om de aarde die groter zijn dan 5 centimeter. Dat zijn onderdelen van raketten en satellieten, gereedschap dat door astronauten tijdens ruimtewandelingen is verloren, afvalzakjes van ruimtereizen en afval dat met opzet in een baan is gebracht om tijdens de Koude Oorlog vijandelijke satellieten te vernietigen.

Van de meeste deeltjes is wel bekend dát ze er zijn en ongeveer op welke hoogte, maar niet welke baan ze hebben. Dat zorgt dat ze gevaarlijk zijn voor andere ruimtevaartuigen, als het ISS. Door de gigantische snelheid van veel deeltjes zijn ze levensgevaarlijk voor astronauten. In het verleden is de ruit van de Space Shuttle ooit bijna gebroken door een verfschilfer (foto).

De Duitsers gaan de deeltjes aanstralen met een laser op de grond. Door de reflectie van dat licht op meerdere plekken op aarde te meten, kan precies worden vastgesteld hoe het deeltje zich beweegt.

Omdat het afval zich met een snelheid van 8 kilometer per seconde door het heelal raast, kunnen deze observaties alleen worden gedaan door de laserstraal en de telescoop die het deeltje volgt te koppelen aan een zeer krachtige computer. Die stuurt beide aan en zorgt dat de baan wordt uitgerekend.