Nieuws

Vuur maakte ons intelligenter


De uitvinding van vuurtje stoken zorgde in de prehistorie niet alleen voor een warme prak en bescherming tegen kou en wilde beesten. Het kampvuur – padvinders weten dit al jaren – is ook goed voor sociale relaties.

Het oudste kampvuur ter wereld is waarschijnlijk gevonden in Zuid-Afrika, in de Wonderwerk Cave. De grot wordt al bijna twee miljoen jaar bewoond door mensachtigen en mensen. Een miljoen jaar geleden zijn ze er gaan bakken en braden boven vuur.

Uit onderzoek van de Amerikaanse Polly Wiessner van de universiteit van Utah blijkt dat vuur een belangrijke rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van de sociale en intellectuele capaciteiten van de mens. Ze analyseerde 174 gesprekken en 68 teksten van de San, een volk in zuidelijk Afrika (ook wel bekend als bosjesmannen). Wiessner ontdekte grote verschillen tussen hun gesprekken overdag en die ‘s avonds bij het kampvuur.

Overdag gaat het vooral om praktische, economische zaken. Dertig procent van de tijd gaat het over klachten en roddel, met hier en daar een grap.

‘s Avonds gaat het meer om verhalen vertellen, zingen en herinneringen ophalen. Volgens Wiessner heeft het kampvuur bijgedragen aan de cognitieve ontwikkeling van de mens, in het bijzonder onze creativiteit en taalontwikkeling. Duisternis in combinatie met warmte en vermoeidheid zorgen voor ontspanning, fantasie en meer ruimte voor vertellingen.

De antropoloog kijkt met gemengde gevoelens naar kunstlicht. Het wordt vaak gebruikt om de werkdag te verlengen en niet om de sociale banden aan te halen. Zij schreef haar bevindingen op in het vakblad Proceedings of the National Academy of Sciences.