Vrouwenhersens beter als het warm is


vrouwenhersens werken beter

Goed nieuws voor vrouwen met de zomer in aantocht: hoe warmer het is, hoe beter ze kunnen nadenken. Vrouwenhersens doen het juist slechter als het vriespunt nadert. Mannenhersens functioneren juist goed bij gematigde temperaturen. Dat heeft het Wissenschaftszentrum Berlin für Sozialforschung ontdekt tijdens een grootschalig experiment.

Dat vrouwen beter denken bij hoge temperaturen, komt vooral door hun kleinere spiermassa. Hoe meer spieren, hoe minder koud iemand het heeft. Daarom bibberen veel vrouwen al, terwijl mannen nog zonder jas naar buiten gaan. Die koukleumerij is bij hoge temperaturen juist gunstig, vooral wat betreft het vrouwenbrein. Dat koelt beter.

Dit fenomeen is ontdekt tijdens een proef waarbij vijfhonderd studenten van beide geslachten raadsels moeten oplossen bij verschillende temperaturen, variërend van 16 tot 33 graden. Een typische vraag luidde: ‘een racket en een bal kosten samen 1,10 euro. Het racket kost een euro meer dan de bal. Hoeveel kost de bal?’ Het is een instinker, 10 cent is het foute antwoord.

Vrouwenhersens trapten bij 30 tot 33 graden celsius veel minder vaak in dit soort vragen; ze maakten de opgaven ook veel sneller. Mannen waren bij temperaturen onder de 20 graden beter en gingen juist bij het naderen van 30 graden steeds minder goed denken. Bovendien werden ze duidelijk langzamer.

De uitkomst van deze test lijkt vooral gunstig voor mannen in noordelijke gebieden en vrouwen in de tropen.

Het antwoord op het raadsel is overigens dat de bal 5 cent kost, het racket is 1,05 euro, precies een euro meer.