Vrouwen skiën met verkeerde bindingen

'Mannelijke' binding zorgt voor knieblessures


skien

Knieblessures zijn heel normaal bij het skiën. Maar ze komen duidelijk vaker voor bij vrouwen dan bij mannen. Hoe dat komt hebben sportwetenschappers van de Universität Innsbruck (Oostenrijk) ontdekt. Het is een kwestie van verkeerd afgestelde skibindingen, blijkt uit hun onderzoek.

Skiverkopers en -verhuurders stellen de skibindingen individueel af voor de persoon die de ski’s zal gaan gebruiken. Volgens welke criteria ze dat doen, is vastgelegd in een ISO-norm. Die gaat uit van een aantal variabelen, waaronder de grootte en het gewicht van de skiër en de lengte van de skischoen. Met deze gegevens wordt de zogenaamde Z-waarde bepaald, het moment wanneer de binding (en daarmee het been) te veel torsie te verduren krijgt en los springt.

Met het geslacht van de skiër wordt geen rekening gehouden bij de instellingen van de binding. Dat heeft nogal wat gevolgen. Iedere tweede vrouw die gewond van de piste wordt gehaald heeft een knieblessure. Bij mannen is dat slechts een kwart. Bovendien geeft 80 procent van de ondervraagde vrouwen met een knieblessure aan dat de binding op het moment van de val niet loslaat, tegen slechts 60 procent van de mannen.

Het advies van de onderzoekers is duidelijk: vrouwen moeten een veel lichter afgestelde binding krijgen. En ze ontdekten dat de ISO-norm daarvoor niet eens hoeft te worden aangepast, wat een hels karwei is. Ook binnen de huidige normen staat het een ski-verkoper vrij om de norm beide kanten op met 15 procent te overschrijden. Dat betekent dat een verkoper bij een vrouw de lichtst toegestane Z-waarde moet instellen.

Tests van de universiteit tonen aan dat de bindingen bij normaal gebruik door vrouwen dan gewoon blijven zitten. Maar in een noodgeval gaan ze open voor de torsie de knie van de skiër kan beschadigen. Het gevolg is dat er minder vrouwen naar het ziekenhuis hoeven en de gispvluchten niet zo vol zitten.